De hele wielerwereld houdt de adem in. Blijft het Franse supertalent Paul Seixas bij het Franse topteam Decathlon CMA CGM, of zwicht hij voor de miljoenen van UAE Team Emirates-XRG? De keuze lijkt er een van het hart versus de portemonnee. Maar de realiteit is veel pijnlijker. Door een bizarre Franse wet is Paul Seixas voor Decathlon simpelweg twee keer zo duur als voor de concurrentie.
Het financiële moeras van de Franse arbeidswet
Waar zit dat enorme verschil dan in? Het antwoord is verrassend simpel, maar de gevolgen zijn gigantisch. In Frankrijk is een wielrenner wettelijk verplicht een werknemer van de ploeg, zo legden we eerder uit met Olav Kooij als voorbeeld. Dat klinkt logisch, maar het brengt een enorme administratieve en financiële last met zich mee. Denk aan torenhoge werkgeverslasten, pensioenpremies en sociale bijdragen bovenop het brutosalaris.
Stel, een talent als Seixas wil netto 4 miljoen euro op zijn bankrekening zien. Om dat bedrag te kunnen uitkeren, moet een Franse ploeg een complex en kostbaar pad bewandelen. Het brutosalaris ligt dan al snel rond de 5 tot 7 miljoen euro. Tel daar nog eens ongeveer 2 miljoen aan werkgeverslasten en een miljoen voor portretrechten bij op. De totale kosten voor het team? Een duizelingwekkende 8 tot 10 miljoen euro, zo schetst wielerkenner Benji Naesen op X.
De ‘Andorra-route’: hoe UAE miljoenen bespaart
En wat als Seixas bij UAE tekent? Dan verandert alles. De meeste niet-Franse teams, zoals UAE, Visma-Lease a Bike of INEOS Grenadiers, werken met renners die als zelfstandige professional (zzp’er) geregistreerd staan. Vaak wonen deze renners ook nog eens in een fiscaal gunstig land als Monaco of Andorra.
Voor UAE is de rekensom dan een stuk eenvoudiger. Om Seixas diezelfde 4 miljoen euro netto te kunnen bieden, hoeft het team slechts een factuur van ongeveer 4,5 miljoen euro te betalen. De renner regelt als zelfstandige zijn eigen belastingen en bijdragen. Het resultaat is ronduit schokkend. UAE kan Seixas een hoger nettosalaris bieden en is tegelijkertijd miljoenen goedkoper uit dan de Franse concurrent.
Een strijd die niet te winnen valt
Je begrijpt direct wat dit betekent. Franse teams starten de transferstrijd om toptalent met een financiële handicap die bijna niet te overbruggen is. Ze moeten met een kleiner budget concurreren of hopen op een sponsor met extreem diepe zakken, die bereid is deze ‘Frankrijk-toeslag’ als een marketingkost te accepteren. Voor Decathlon is dit een bittere pil.
De situatie rondom Paul Seixas legt deze diepgewortelde ongelijkheid in de wielerwereld pijnlijk bloot. Het is een gevecht dat niet op de fiets wordt beslist, maar op de spreadsheets van de boekhouders. En door de eigen wetten staat Frankrijk in die strijd al met 2-0 achter voordat er ook maar één onderhandeling is geweest.