Het is het duel waar iedere wielerliefhebber naar uitkijkt: Mathieu van der Poel versus Tadej Pogacar in La Primavera. De Sloveen zal ongetwijfeld proberen het verschil te maken op de Cipressa en de Poggio, maar als het aan Johan Bruyneel ligt, wordt dat een kansloze missie. De Belg is er heilig van overtuigd dat de Nederlander simpelweg te sterk is.
Bruyneels voorspelling: Pogacar krijgt Van der Poel niet gekraakt
De bron van Bruyneels vertrouwen is niet alleen wat hij zag in Tirreno-Adriatico, waar Van der Poel twee ritten won. In zijn podcast The Move onthult hij dat zijn informatie dieper gaat. “Ik heb informatie vanuit het peloton dat zijn vormpeil momenteel echt scary is. Dat hij beter is dan ooit.”
Met deze kennis durft Bruyneel zich te wagen aan een gewaagde, maar kraakheldere voorspelling. Waar sommigen rekening houden met een slopende aanval van Pogacar, wuift de Belg dat scenario weg. Hij is ervan overtuigd dat Van der Poels huidige motor groot genoeg is om elke versnelling van de Sloveen te counteren.
“Ik durf nu al wel te voorspellen dat Van der Poel in Milaan-San Remo bij Pogacar zal blijven. Pogacar zal hem niet kunnen lossen”, stelt Bruyneel met een stelligheid die weinig ruimte voor twijfel laat.
De veelbesproken training in Tirreno-Adriatico
Bruyneel gebruikt ook Van der Poels opvallende kopwerk in de slotrit van Tirreno-Adriatico als bewijs. Critici, zoals Chris Horner, zagen een ‘tactische domkop’ die zijn eigen sprinter eraf reed. Bruyneel ziet iets heel anders: een geplande, brute training van een kopman die exact weet waar hij mee bezig is. “Hij wilde er nog een laatste, doorgedreven training van maken en het peloton pijn doen.”
Volgens Bruyneel was dit een met het team afgestemde actie, met als enige doel de perfecte supercompensatie te creëren voor de komende monumenten. Het winnen van de rit was ondergeschikt. Het ging om het testen van de limieten, het afleveren van een laatste schokgolf aan het lichaam, om er in Milaan-San Remo te staan in de ‘scary’ vorm die hem onverslaanbaar moet maken.