In aanloop naar de Cipressa werd het peloton opgeschrikt door een valpartij, waarbij Tadej Pogacar en Wout van Aert betrokken waren. Mathieu van der Poel was op dat moment niet te zien, maar ook de Nederlander kwam in aanraking met het asfalt. Van der Poel kon vervolgens volgen op de Cipressa, maar had op de Poggio niet meer de benen.
Van der Poel had geen goede benen
De titelverdediger had duidelijk last van zijn vingers en hand, waar ook het nodige bloed op te ontwaren was. Toch was dat niet het enige wat hem parten speelde. "Ik voelde mezelf niet geweldig op het moment dat we met z'n drieën weggeraakten. Ik heb uiteraard nog wel alles geprobeerd en ging mee over de Cipressa, maar op de Poggio moest ik meteen mijn eigen tempo kiezen."
Tot de val zat Van der Poel goed in koers, zei hij. "Tja, alles ging goed tot aan die val, waar heel wat grote namen bijlagen. In eerste instantie stuurde ik eromheen, maar toen kwam er nog een fiets mijn kant uit. Die kon ik niet meer ontwijken. Ik ging dus redelijk ongelukkig onderuit." Het lijkt erop dat hij ten val kwam door de fiets van Søren Kragh Andersen.
Van der Poel had last van zijn hand
Op de Cipressa voelde Van der Poel al dat hij niet in orde meer was. "Ik had op onze radio gezegd dat ik redelijk wat last had van mijn hand, maar ik heb geen idee wat er precies fout is. Ik heb het gevoel dat dat bloed van mijn nagel komt. Ik had vooral moeite om mijn linkerhand te bewegen, maar ik denk en hoop dat het meevalt."
Van der Poel werd net na de Poggio ook nog teruggepakt door de achtervolgende groep, waar Wout van Aert vervolgens nog uit ontsnapte. De kopman van Alpecin-Premier Tech werd uiteindelijk achtste.