De manier waarop Tadej Pogacar afgelopen zaterdag Milaan-Sanremo naar zijn hand zette, was een masterclass in veerkracht en aanvalslust. Vallen, terugkeren en de koers alsnog openbreken op de Cipressa. Het is het zoveelste hoofdstuk in een nu al legendarisch carrièreoverzicht. Het is de perfecte aanleiding om terug te kijken op de baanbrekende prestaties die bewijzen dat voor de Sloveen geen enkele uitdaging te groot is.
De historische machtsgreep op La Planche des Belles Filles
Het moment dat de wielerwereld op zijn grondvesten deed schudden. In de Tour de France van 2020 leek Primoz Roglic op weg naar een zekere eindzege, tot die ene tijdrit naar La Planche des Belles Filles. De jonge Pogacar zat allesbehalve gestroomlijnd op zijn zijn, maar reed de tijdrit van zijn leven, en veroverde op de voorlaatste dag het geel. Een dag later won hij als debutant de Ronde van Frankrijk, iets wat alleen legendes als Fausto Coppi, Eddy Merckx en Bernard Hinault deden.
Als Tourwinnaar de Vlaamse kasseien bedwingen
Een Tourwinnaar die zich mengt in het Vlaamse voorjaar? Dat was lange tijd ondenkbaar. Pogacar deed het gewoon. In 2022 reed hij voor het eerst de Ronde van Vlaanderen. Na een mislukte sprint tegen Mathieu van der Poel werd hij vierde. Het publiek keek vol verbazing en opwinding toe; de vraag was niet langer óf, maar wannéér Pogacar de Ronde zou winnen. Het duurde niet lang, want een jaar later kwam hij terug en was het raak. Hij loste Mathieu van der Poel op de Oude Kwaremont en reed solo naar de overwinning.
Een unieke reeks in het voorjaar
Na zijn zege in de Ronde van Vlaanderen in het voorjaar van 2023 pakte Pogacar stevig door. Nadat hij eerder al Parijs-Nice won, greep hij ook de macht in de Amstel Gold Race én de Waalse Pijl. Het bevestigde zijn status als de meest complete en vermakelijke renner van zijn generatie. In Luik-Bastenaken-Luik kon hij de kroon op zijn voorjaar zetten, maar de Sloveen kwam hard ten val ene brak zijn elleboog.
De eerste Giro-Tour-dubbel sinds Pantani
De Giro d'Italia én de Tour de Francee winnen in hetzelfde seizoen, dat was een prestatie die sinds Marco Pantani in 1998 niet meer was vertoond. Velen dachten dat het in het moderne, gespecialiseerde wielrennen onmogelijk was geworden. Pogacar bewees in 2024 het tegendeel. Hij domineerde de Giro met zes etappezeges en de eindoverwinning en was vervolgens ook verreweg de sterkste in de Tour de France, waarmee hij zichzelf definitief in het rijtje van de allergrootsten schaarde.
Een aanval van 100 kilometer voor de wereldtitel
Op het WK in Zürich van 2024 deed Pogacar wéér iets wat men voor onmogelijk hield. Terwijl velen nog speculeerden over de finale, koos Pogacar voor een aanval op bijna 100 kilometer van de finish. Hij knalde naar de kop van de koers en reed vervolgens iedereen één voor één eraf. Niemand zag hem terug. Hij hield zijn voorsprong vast en kroonde zich op een heroïsche wijze voor de eerste keer tot wereldkampioen. Het was met afstand de meest opzienbarende overwinning van Pogacar tot dan toe.
Milaan-Sanremo openbreken op de Cipressa
De Poggio is traditioneel de scherprechter in Milaan-Sanremo, maar Pogacar schrijft graag zijn eigen regels. Waar de Cipressa jarenlang werd gebruikt om tempo op te maken en sprinters te vermoeien, gebruikte hij hem als springplank. Na een paar mislukte pogingen om Milaan-Sanremo naar zijn hand te zetten, liet Pogacar zich in 2025 door zijn ploeg lanceren op de Cipressa. Het leidde tot één van de mooiste finales in de moderne wielergeschiedenis. Mathieu van der Poel trok uiteindelijk aan het langste eind, maar één ding was duidelijk: Pogacar had de finale van La Primavera voorgoed veranderd.
Van der Poel uitdagen in Parijs-Roubaix
In zijn drang om ieder jaar nieuwe uitdagingen aan te gaan kon een debuut in Parijs-Roubaix niet lang uitblijven. In 2025 was het moment eindelijk daar. Waar velen sceptisch waren over zijn kansen als lichtgewicht, bewees Pogacar het tegendeel. Al snel werd duidelijk dat hij en Mathieu van der Poel ver boven de rest uitstaken in de Hel van het Noorden. Ze bleven met zijn tweeën over en leken aan elkaar gewacht. Totdat Pogacar te hard een bocht indraaide op een kasseistrook. Hij kwam ten val en moest Van der Poel laten gaan. Hij won niet, maar, zo leerden we, dit kon hij dus óók al...
La Primavera winnen na een tegenslag
Een jaar na zijn baanbrekende aanval op de Cipressa kwam Pogacar terug naar Milaan-Sanremo. Terwijl iedereen met smart zat te wachten op een nieuwe explosie op de voorlaatste beklimming, ging het vlak daarvoor mis. De Sloveen kwam ten val en zijn kansen leken verkeken. Maar hij herpakte zich, sloot weer aan en viel alsnog aan op de Cipressa. Hij reed een nieuw record op de wereldberoemde heuvel en alleen Tom Pidcock en Mathieu van der Poel konden hem volgen. Op de Poggio moest Van der Poel vervolgens lossen, waarna Pogacar Pidcock versloeg in de sprint. Het was hem eindelijk gelukt om Milaan-Sanremo te winnen, op legendarische wijze.
Een palmares dat blijft groeien
Wat deze lijst zo indrukwekkend maakt, is dat hij nog lang niet compleet is. Met zijn leeftijd en ambitie lijkt geen enkel record veilig. Elk seizoen voegt Tadej Pogačar nieuwe, baanbrekende prestaties toe aan zijn nu al legendarische carrière, en de wielerwereld kijkt ademloos toe wat de volgende onmogelijke prestatie zal zijn.