Met een indrukwekkende zege in Parijs-Nice op zak en een vorm die naar eigen zeggen beter is dan ooit, zit Jonas Vingegaard vol vertrouwen op de fiets in de Ronde van Catalonië. Toch wordt er in de wandelgangen gefluisterd. Is zijn keuze voor de dubbel Giro-Tour een teken dat hij de strijd met zijn aartsrivaal in Frankrijk bij voorbaat al opgeeft? In een openhartig gesprek met WielerFlits maakt de kopman van Visma | Lease a Bike korte metten met die suggestie.
Vingegaard snoert ‘kenners’ de mond
Gevraagd naar de opmerkingen van zogenaamde experts, is het antwoord van Vingegaard even kort als veelzeggend. “Ik denk niet dat de mensen die dat zeggen zich kenners mogen noemen”, stelt hij koeltjes. Hij benadrukt dat zijn keuze voor de Giro d'Italia absoluut geen zwaktebod is. Integendeel.
Het idee om de Italiaanse grote ronde te betwisten, is geen plotselinge ingeving, maar een langgekoesterde wens. “Nee, ik had het idee om de Giro te rijden al een paar jaar in mijn hoofd”, onthult Vingegaard. “Nu is het moment om het in te passen en iets nieuws te proberen. Ik geloof ook dat het me een extra boost kan geven voor de Tour.”
Een ijskoude focus op zichzelf
De rivaliteit met Tadej Pogacar is een van de mooiste van de afgelopen jaren, maar Vingegaard laat zich er niet door leiden. Hij kiest zijn eigen pad, ongeacht wie er aan de start staat. Op de vraag of hij extra gemotiveerd is als zijn Sloveense concurrent er niet bij is, antwoordt hij: “Nee, ik denk gewoon aan mezelf. Ik denk er niet echt over na of hij er is of niet.”
Die ijzeren focus op zijn eigen prestaties is zijn kracht. “Ik kies de wedstrijden die ik wil rijden en houd daarbij geen rekening met de tegenstanders. En natuurlijk ga ik naar die wedstrijden om ze te proberen winnen.”
De dubbel als logische, zware keuze
In het voorjaar van Jonas Vingegaard rijdt opvallend weinig, met enkel Parijs-Nice en Catalonië als voorbereiding. Een bewuste strategie, legt hij uit. “Juist omdat ik die combinatie van twee grote rondes doe, hebben we bewust gekozen om in het voorjaar niet te veel wedstrijddagen te maken.”
Het is een zware belasting, en de keuze voor minder wedstrijden is bedoeld om de batterij volledig op te laden voor de maanden mei en juli. Het winnen van de allergrootste wedstrijden blijft het ultieme doel. “Het zijn juist de grote rondes die je echt wilt winnen in het wielrennen”, besluit de tweevoudig Tourwinnaar.