Zelf in het zadel

Nooit meer bang in de afdaling? Met de ‘Poggio-methode’ van Pidcock en Pogacar lukt het jou ook

Zweet breekt je uit bij de gedachte aan een snelle afdaling en je vingers verkrampen al om je remgrepen? Twee van de beste dalers ter wereld gebruiken een simpele methode die ook jij kunt leren om angst om te zetten in controle.

Tadej Pogačar en Tom Pidcock in de afdaling van de Poggio, waar hij met perfecte bochtentechniek en volledige controle door een bocht stuurt.

Het is een bekend scenario voor talloze wielrenners: de euforie van een zware klim wordt overschaduwd door de onzekerheid van de afdaling. Terwijl je profs als Tom Pidcock en Tadej Pogačar met schijnbaar speels gemak naar beneden ziet vliegen, voelt het voor jou vooral als overleven.

Maar wat als hun techniek geen onbereikbaar talent is, maar een aan te leren vaardigheid? Volgens ex-prof Tom Danielson is dat precies het geval. Hij ontleedt de ‘Poggio-methode’, een verzameling technieken die deze toppers gebruiken en die draait om één ding: controle, niet lef.

De afdaling opbreken in puzzelstukjes

De voornaamste reden voor angst is het gevoel van overweldiging. Je ziet een lange, onoverzichtelijke afdaling voor je en je brein raakt in paniek. De oplossing is om je focus te verleggen.

Breek de afdaling mentaal op in korte, rechte sprintjes. Jouw focus ligt alleen op het stuk weg van waar je nu bent tot het punt waar je niet verder kunt kijken. Op dat overzichtelijke stuk houd je een comfortabele snelheid aan. Je enige doel is om gecontroleerd het volgende ‘puzzelstukje’ te bereiken.

De bocht voorbereiden als een pro

Een perfecte bocht begint met de juiste voorbereiding. Door een bocht breed aan te snijden, dus vanaf de buitenkant, creëer je een veel beter overzicht.

Dit stelt je in staat om de apex (het binnenste punt van de bocht) te zien en je ideale lijn te plannen. Op de openbare weg betekent dit natuurlijk zo breed als veilig kan binnen je eigen rijstrook. Je imiteert de profs, maar je blijft aan jouw kant van de witte lijn. Deze positie geeft je de meeste stabiliteit en de meeste opties.

Remmen is een aparte vaardigheid

Dit is misschien wel de belangrijkste les: remmen en sturen zijn twee losse acties. De profs remmen krachtig en gecontroleerd voordat ze de bocht insturen. Ze timing hun remactie aan het einde van hun rechte zichtlijn.

Hierdoor gaan ze de bocht zelf in met een lagere, gecontroleerde snelheid en hoeven ze in de bocht niet meer te corrigeren. Remmen in een bocht verstoort je balans en vergroot de kans op glijden. Oefen dus met het loslaten van je remmen zodra je begint met insturen.

De kortste weg naar de uitgang

Eenmaal in de bocht is je doel de apex. Door naar dit binnenste punt te sturen, maak je de bocht in feite zo recht mogelijk. Het is de meest efficiënte lijn. Vanaf de apex heb je bovendien de beste positie om weer te beginnen met accelereren en de bocht uit te vliegen. Je hebt de meeste ruimte om je lijn eventueel aan te passen als dat nodig is, zonder direct in de berm te belanden.

Het echte werk begint na de bocht

Snelheid in een afdaling komt niet van risico nemen in de bochten, maar van het momentum dat je daarna opbouwt. Zodra je de apex voorbij bent en je fiets weer recht staat, begin je met trappen.

Accelereer direct terug naar je kruissnelheid. Dit is waar de echte tijdwinst zit. Door na elke bocht weer snel op snelheid te komen, wordt je totale daaltijd aanzienlijk korter, terwijl je elke bocht afzonderlijk met volledige controle hebt genomen.

Veiligheid voorop

Disclaimer: Pidcock en Pogačar dalen op afgesloten wegen. De ‘Poggio-methode’ is een techniek, geen vrijbrief om als een dolle de openbare weg te gebruiken. Pas deze tips toe met verstand en binnen de grenzen van de verkeersregels.

Blijf altijd op je eigen weghelft, anticipeer op tegenliggers of slecht wegdek en wees je bewust van je omgeving. Het doel is niet om een prof na te doen, maar om hun technieken te gebruiken om een betere, slimmere en vooral veiligere fietser te worden. Controle is de basis van snelheid, niet andersom.