Reacties & Analyse

Yves Lampaert noemt Van der Poel 'berekender' dan Pogacar: 'Ik vraag me dikwijls af wat het tactisch nut is van die lange solo’s'

Als er één man is die de klassiekers door en door kent, dan is het Yves Lampaert wel. De ervaren kasseienvreter van Soudal Quick-Step ziet met lede ogen, maar ook met verbazing, hoe het wielrennen is veranderd en stelt zich hardop de vraag of de ellenlange solo’s van Tadej Pogacar wel zo slim zijn.

Leon Janssen
Yves Lampaert
Tadej Pogacar knipoogt in de gele trui Tadej Pogacar
Tadej Pogacar viert zijn zege na een lange solo in Strade Bianche.

Giganten als Mathieu van der Poel en vooral Tadej Pogacar houden de wielerwereld in hun greep. Waar vroeger een koers langzaam op gang kwam, wordt het spel nu soms al op honderd kilometer van de meet op de wagen gegooid. Yves Lampaert, met zijn veertien jaar ervaring in het voorjaar, kijkt er met grote ogen naar en reflecteert op deze nieuwe realiteit.

De 'crazy' lange solo's van Pogacar onder de loep

De verbazing van Lampaert richt zich vooral op de Sloveen. Waar hij Van der Poel "iets berekender en beredeneerder" zag toeslaan tot dusver dit voorjaar, roept de manier waarop Pogacar de Strade Bianche won vooral vragen op. “Hoe lang reed hij weer vooruit in Toscane? Crazy. En da’s niet éénmalig, hé. Ik heb me al dikwijls afgevraagd wat het tactisch nut is van zo’n verschrikkelijk lange solo’s.”

Het is een vraag die velen bezighoudt. Waarom zou je zoveel energie verspillen als je ook kunt wachten en kunt profiteren van je ploegmaats? Lampaert speculeert: “Schuilt daar een bepaalde trainingstactiek achter? Merken ze dat zijn voorlaatste koersuur beter is dan zijn laatste? Is het om de potentiële gevaren te ontlopen? Ik weet het niet.”

De moderne koerswijze maakt ervaring minder relevant

Deze tactiek van aanvallen van ver heeft het koersverloop compleet veranderd. Anticiperen, een wapen dat ploegen als Soudal Quick-Step vroeger perfect beheersten, is bijna onmogelijk geworden. “Vroeger viel de koers altijd nog wel eens stil en kon je terugkeren. Nu? Vergeet het”, stelt de West-Vlaming.

De meest pijnlijke en tegelijk meest veelzeggende vaststelling doet Lampaert als hij zijn eigen prestaties van nu vergelijkt met die van enkele jaren geleden. Het illustreert de bizarre evolutie van het peloton. “Het is simpel: met de wattages die ik vier, vijf jaar geleden trapte, reed ik toen weg uit het peloton. Nu kan ik er hooguit mee volgen. En ‘t is niet dat ík zoveel slechter ben geworden.”

De professionalisering is volgens Lampaert een belangrijke oorzaak. Waar hij zelf pas laat met een wattagemeter begon, werken jonge renners er nu van bij de jeugd al mee. Alles is gerichter, er is minder ruimte voor gevoel. Bovendien kan elke ploeg met tools als VeloViewer en geavanceerde weer-apps het parcours tot in het kleinste detail analyseren. De informatiedrempel is volledig verdwenen.

Een ambitieuze veteraan met een duidelijke droom

Toch ziet Lampaert nog een kans, juist in het langste en zwaarste Monument. “Zeker in Parijs-Roubaix zouden we iets moeten kunnen forceren. Daar halen koerskennis, ervaring en positionering het nog op pure wattages.” Volgens hem slaan jonge, gretige renners die stap weleens over. “Ze koersen volle bak, kop in de grond. Maar in finales van klassiekers boven de 200 kilometer kan ze dat zuur opbreken.”

Ondanks de veranderde wielerwereld blijft de tweevoudig winnaar van Dwars door Vlaanderen strijdbaar. Hij kent zijn plek in de ploeg, maar koestert nog steeds die ene grote ambitie. “Parijs-Roubaix blijft een koers naar mijn hart. Dromen mag, hé? Móet, zelfs.” Een overwinning in de Hel van het Noorden zou zijn carrière compleet maken. En zolang die droom leeft, blijft hij gaan. Want, zoals hij zelf zegt: "Anders stopt het."