Een onoverzichtelijke valpartij op enkele kilometers van de Cipressa gooide de finale van Milaan-San Remo volledig overhoop. De favorieten, waaronder Tadej Pogačar en Mathieu van der Poel, werden gedwongen tot een intense achtervolging. Volgens David van der Poel, die de koers analyseerde in de podcast Vals Plat, was dit het sleutelmoment.
Een inspanning van een kwartier in plaats van acht minuten
"De inspanning was veel langer; in plaats van 8 minuten op de Cipressa, was het nu de Cipressa plus drie of vier kilometer," legt David uit. De favorietengroep moest een gat dichten, wat resulteerde in een inspanning van bijna een kwartier. Een significant verschil met een normale finale. "Dan praat je over een inspanning van 15 minuten, in plaats van 8," aldus David. Hij vermoedt dat zijn broer zich daar wellicht een beetje heeft geforceerd.
Cijfers liegen niet: VDP was even goed als vorig jaar
Was Mathieu dan niet goed genoeg? De data spreekt dat tegen. "Hij zei dat de tijden op de Cipressa en Poggio praktisch hetzelfde waren als vorig jaar, die van hem dus," onthult David. Ook de vermogens waren vergelijkbaar. De conclusie is pijnlijk en simpel tegelijk: "Pogačar was simpelweg nog sterker dan vorig jaar."
Pogačar reed simpelweg een niveau hoger
Hoewel Mathieu op de Cipressa nog kon reageren op de eerste aanval van Pogačar, waren er volgens zijn broer al kleine scheurtjes zichtbaar. Op de Poggio werd het definitief duidelijk. Het tempo van Pogačar en Tom Pidcock lag simpelweg te hoog voor de tweevoudig winnaar van La Primavera. David van der Poel concludeert: "Ik had het gevoel dat Mathieu op de Cipressa niet zo goed was, maar afgaand op de snelheden en klimtijden was dat eigenlijk niet het geval. Ondanks alles reed Pogačar nog sneller omhoog, met minder gunstige wind. Nog een niveau hoger."