Het moment dat de koers had kunnen kantelen, was de valpartij van Tadej Pogacar op ongeveer vier kilometer voor de voet van de Cipressa. De Sloveen verloor een halve minuut, een gat dat in de finale van een monument fataal kan zijn. Toch gebeurde er niets. Sterker nog, het tempo viel behoorlijk stil.
"De eerste twee kilometer van de Cipressa waren de langzaamste in vijf of zes jaar," stelt Jerome Pineau vast in de podcast Grand Plateau. Volgens de oud-renner had Pogacar nooit zo makkelijk kunnen terugkeren als er echt gekoerst was.
Psychologische oorlogsvoering van Pogacar
Waarom greep niemand zijn kans? Volgens Pineau is het antwoord simpel: de concurrentie is mentaal gekraakt door de dominantie van Pogacar. Hij stelt dat de Sloveen zo diep in de hoofden van zijn rivalen zit, dat het verlammend werkt. Het idee om de aanval te kiezen, leek niet eens bij ze op te komen.
Wachten op de koning
De kritiek van de Fransman is niet mals. “Men wachtte op hem, voordat het spel op de wagen ging,” zegt hij. Pineau benadrukt dat het volledig legitiem was geweest om te profiteren van de situatie. “Niemand had iemand iets kunnen verwijten als ze hadden versneld en alles aan flarden hadden gereden op de Cipressa, zonder op de Sloveen te wachten.”
Passiviteit
Pogacar keerde, geholpen door een ijzersterke Brandon McNulty, binnen een kilometer op de klim terug in de voorste gelederen. Vanaf dat moment was er geen houden meer aan. Hij was de enige die de koers echt hard maakte, loste Mathieu van der Poel op de Poggio en klopte Tom Pidcock in de sprint op de Via Roma.