Het peloton trekt vandaag door het West-Vlaamse landschap voor een van de meest karakteristieke klassiekers van het voorjaar. Terwijl de profs in Middelkerke vertrekken, maken ze zich op voor een reis door de tijd.
Het decor van Gent-Wevelgem, of vanaf dit jaar officieel In Flanders Fields: from Middelkerke to Wevelgem, is namelijk niet zomaar ontstaan, het is het resultaat van een strijd tussen land en zee die al miljoenen jaren duurt. Geograaf Peter Merx legt uit waarom dit landschap zo uniek is voor de koers.
Afzien in het putje van belgië
De route voert de renners eerst naar de beruchte polders van de Moeren in West-Vlaanderen. Dit gebied staat bij wielrenners bekend als ‘het putje van België’, omdat het landschap hier ruim twee meter onder de zeespiegel ligt. Als je hier wel eens hebt gefietst, dan weet je dat de wind er altijd vrij spel heeft.
In de Moeren wordt het kaf vaak al van het koren gescheiden door de gevreesde waaiers, terwijl de renners in de verte de eerste contouren van het Heuvelland zien opdoemen. De overgang van een extreem vlak polderlandschap naar de steile getuigenheuvels is nergens zo groot als hier. Het vormt de perfecte inleiding voor de finale waarin de Kemmelberg de hoofdrol opeist.
De Kemmelberg als getuigenheuvel van de Noordzee
De Kemmelberg, de Rodeberg en de Baneberg boezemen bij menig wielertoerist ontzag in. Ze tekenen zich scherp af tegen de omgeving, bijna alsof ze daar door een reus zijn neergelegd. In de geografie noemen we dit soort hellingen getuigenheuvels. Deze heuvels vertellen ons namelijk een verhaal over hoe België er vijf miljoen jaar geleden uitzag.
In die tijd drong de Noordzee regelmatig diep het land in, waarbij enorme hoeveelheden zand werden afgezet. Door de getijden ontstonden er grote zandbanken die op sommige plekken zo hoog werden dat ze droogvielen. In de ijzerhoudende zandlagen van deze banken begon een proces van roestvorming, waardoor de grondlagen langzaam veranderden in keihard ijzerzandsteen.
Een ijzersterk fundament van roest en zand
Toen de zee zich uiteindelijk definitief terugtrok, kregen natuurkrachten zoals wind en regen vrij spel op het zand. Het zachte materiaal in het landschap spoelde langzaam weg via rivieren zoals de Schelde, maar de ijzersterke kernen van de oude zandbanken gaven geen krimp. Wat overbleef, is het landschap dat jij nu kent als het Vlaams Heuvelland.
Zonder dat proces van roestvorming zouden de Kemmelberg en zijn kompanen simpelweg weggespoeld zijn door de tijd. Het is dus eigenlijk aan de chemie van ijzer en water te danken dat de renners aanstaande zondag moeten harken op de kasseien. Deze heuvels zijn de laatste overblijfselen van een verdwenen zee, een elitegroepje van hard materiaal dat weigert te verdwijnen.
Harken op een geologisch relikwie uit de oertijd
De heuvels zijn stille getuigen van de groei en ondergang van oerbossen en zandbanken, maar in de wielercontext zijn ze vooral getuigen van sportieve drama’s. Of het nu gaat om de steile kasseien van de zuidkant of de loodzware passages door de ‘plugstreets’, de geografie dwingt de renners tot het uiterste.
Wanneer jij zondag voor de televisie zit of zelf langs de kant staat, kijk dan eens met andere ogen naar die steile wanden. Je kijkt niet alleen naar een wielerwedstrijd, je kijkt naar de restanten van een oeroude Noordzee. Het is dit unieke geologische erfgoed dat Gent-Wevelgem zijn ziel geeft en ervoor zorgt dat de winnaar altijd een krachtpatser is die bestand is tegen de elementen.