Mathieu van der Poel ging al op meer dan zestig kilometer van de meet solo, maar de omstandigheden waren niet heel gunstig om alleen te rijden. Na de Paterberg was hij helemaal alleen, omdat hij ook de vroege vluchters daar achterliet. Een groep van vier kwam in het vervolg nog héél dicht, maar besloten in de slotkilometer niet meer te rijden, waardoor Van der Poel toch uit hun greep bleef.
Mathieu van der Poel strandt bijna, maar richt zich op
"Op een gegeven moment had ik er geen hoop meer in", is Van der Poel eerlijk. "Ik ben mijn wattages blijven rijden, maar ik dacht in de slotkilometer dat ze terug zouden komen. Ik wist ook dat ik niet meer kon sprinten, waardoor ik volle bak zittend ben blijven doorrijden. Gelukkig was het toch genoeg."
Van der Poel volgde op de Taaienberg een aanval van Tim van Dijke, maar op de Boigneberg gaf hij er vervolgens zelf een lap op. "Ik wilde de groep uitdunnen, omdat ik wist dat de meesten niet zouden meerijden. Ik kwam echter alleen te zitten. Het stuk van daar naar de Paterberg was het volle bak tegen. Ik voelde meteen dat het een lastige inspanning zou worden."
Van der Poel had niet meer kunnen sprinten
Na de finish bleef Van der Poel minutenlang over zijn stuur hangen. "Ik had er in het begin redelijk oog in, maar die laatste baan is heel lastig om het in je eentje te houden. Ik dacht dat ik het kon houden tot op vijf kilometer van de meet, maar toen draaiden de benen ook niet meer echt heel goed."
Van der Poel noemt het een samenloop van omstandigheden dat het nog bijna misging. "Gelukkig haal ik het wel, maar het was bloed, zweet en tranen. Deze komt wel hoog op de lijst met zeges die het meeste pijn deden. Ik ben heel blij, maar het kostte veel energie. Ik dacht een paar keer dat het over was... Ze waren dicht, maar ik ben vol doorgegaan omdat ik wist dat ik anders vijfde zou worden."