De laatste jaren lijkt het erop dat ploegen genoegen nemen met de tweede plaats als supersterren als Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel aan een solo beginnen. De Cauwer veegt die aanname na Gent-Wevelgem resoluut van tafel. “We dachten dat die drie keer de Kemmelberg het heel moeilijk maakte om te sprinten. Die aanname kan eigenlijk de prullenbak in,” analyseert hij bij Sporza.
Samenwerking als het nieuwe codewoord
De omslag is volgens de commentatoren mentaal. Waar ploegen in de E3 Saxo Classic nog afwachtten, hebben ze nu begrepen dat passiviteit niet loont. “Samenwerken in het peloton om de koers te winnen,” stelt De Cauwer vast. Vannieuwkerke noemt het de kern van de zaak: “Op de fiets samenwerken is het codewoord eigenlijk.”
De twijfel in de ploegleiderswagens
Toch gebeurt die samenwerking niet vanzelf. De Cauwer wijst op de aarzeling bij de ploegleiders, die vaak te lang wachten met het smeden van allianties. “In die ploegleiderswagens hebben ze een beetje het verhaal van ja, wij niet, even wachten, toch kijken. Maar zo win je natuurlijk geen koers.”
De context van het parcours blijft cruciaal
Vannieuwkerke nuanceert de nieuwe tactiek door te wijzen op het belang van het koersprofiel. Een succesvolle samenwerking in Gent-Wevelgem is geen blauwdruk voor de Ronde van Vlaanderen. “In de Ronde van Vlaanderen ligt dat anders. Want daar liggen de Oude Kwaremont en de Paterberg ligt te dicht bij Oudenaarde om daar nog met een hele grote groep te gaan organiseren.”
De invloed van de juiste renners op de tactiek
De Cauwer voegt toe dat de aanwezigheid van specifieke renners bepalend is voor het slagen van een achtervolging. Het zijn de ploegen met een snelle man die bereid zijn om te investeren. “Heb je daar geen Meeus vooraan? Dan wordt er niet gereden. Dan komen ze ook niet terug,” concludeert hij.