De Ronde van Vlaanderen is meer dan een verzameling van steile klimmetjes en rammelende kasseien. Het is een epos, een wielerhoogmis die zijn karakter ontleent aan de iconische, bijna poëtische namen van de hellingen die het peloton moet bedwingen.
Terwijl de toppers zich voorbereiden op de strijd, duiken wij in de verhalen achter de tien meest opmerkelijke namen van Vlaamse hellingen. En ja, sommige zijn echt zo vreemd als ze klinken.
De Kanarieberg laat je niet fluiten
Fluitend naar boven rijden? Vergeet het maar. De Kanarieberg, een vaste waarde in Kuurne-Brussel-Kuurne, is met zijn kilometer aan 7,7% een serieuze kuitenbijter. De naam is niet afgeleid van de vogel, maar zou verwijzen naar de familienaam ‘Canary’ die hier ooit woonde. Toch is de associatie met het piepende geluid dat je produceert als je bovenkomt snel gemaakt.
Een naam als een kermisattractie: de Berendries
Vraag een willekeurige wereldbewoner wat een ‘Berendries’ is en je krijgt waarschijnlijk een gok in de richting van een kermisattractie. Wielerkenners weten beter: deze 900 meter lange klim verbindt Michelbeke met Sint-Maria-Oudenhoeve en doet met 7% gemiddeld serieus pijn. Jarenlang was het een scherprechter in de Ronde, maar de laatste jaren wordt hij helaas wat vaker overgeslagen.
De poëzie van de Karnemelkbeekstraat
Karnemelk is misschien niet ieders favoriete drankje, maar plak er ‘beek’ en ‘straat’ achter en je krijgt pure poëzie. De helling, ook bekend als de ‘Helling van Kraai’, is een kilometer lang en stijgt venijnig door. Vooral in de E3 Saxo Classic neemt-ie een prominente plaats in - daar gaat-ie zelfs gebukt onder de naam E3 Col.
Het mysterie van het Bosgat
Een gehucht dat letterlijk ‘Bosgat’ heet en op de top van een klim ligt, dat kan alleen in Vlaanderen. De helling zelf, die ook wel de ‘Kaperij’ wordt genoemd, is 1250 meter lang en slingert aan 5% omhoog. Het roept beelden op van duistere bossen en verloren plekken, precies de sfeer die de Vlaamse Ardennen zo uniek maakt.
Oude Kwaremont: meer dan alleen kasseien
Natuurlijk, de Oude Kwaremont is de onbetwiste koning van de Ronde en iedereen kent 'm dus. Maar toch nog even: waar komt die naam vandaan? ‘Kwaremont’ is een verbastering van het Latijnse ‘quarentus mons’ en het Franse ‘carré mont’, wat zoiets als ‘vierkante berg’ betekent. Het is een naam die net zo lekker bekt als het gelijknamige biertje dat je na afloop drinkt.
Vergeten, maar niet door ons: de Pijpketel
Heel wat minder bekend, maar de naam ‘Pijpketel’ is te mooi om te negeren. In de jaren tachtig zat dit korte klimmetje (450 meter aan 6%) een paar keer in de Ronde. Hoewel de kasseien inmiddels zijn vervangen door asfalt, eren wij deze naam. Een ode aan de kleine, vergeten hellingen die het landschap kleur geven.
Een strijd op de Steenbeekdries
Waar de Berendries geasfalteerd is, moet je op de Steenbeekdries nog vol over de kasseien stuiteren. Deze helling van 820 meter aan 7,6% is niet voor watjes en is een vaste waarde in de moderne Ronde. Een ‘dries’ is een oud woord voor een driehoekig dorpsplein, wat de naam van deze kasseiklim meteen een historische lading geeft.
Haaghoek is stiekem toch een helling
Oké, strikt genomen is de Haaghoek een kasseistrook van bijna twee kilometer. Maar wie er in de toerversie van de Ronde van Vlaanderen bergaf overheen denderde, weet dat-ie allesbehalve vlak is. Andersom zou het dus een helling zijn en vanwege de fijne alliteratie in de naam sluiten we er deze lijst mee af.