Iedere wielrenner kent het ritueel. Nog voor je de bezwete helm van je hoofd trekt, ontgrendel je de fietscomputer. Je scrollt voorbij de hartslagzones en het aantal hoogtemeters, recht op het doel af: de gemiddelde snelheid. De teleurstelling is voelbaar als het getal lager uitvalt dan gehoopt. Maar die obsessie is niet alleen onnodig, het is ook nog eens onterecht, want dat ene cijfer is een meester in het verdraaien van de werkelijkheid.
De wind, je grootste vriend en vijand
Je hebt het vast gemerkt: wind tegen voelt als fietsen door stroop, terwijl wind mee voelt als een gratis motor. De invloed van wind is misschien wel de meest onderschatte factor. Veel fietsers denken dat de tijd die ze verliezen met tegenwind wordt gecompenseerd door de winst met de wind in de rug. Helaas, dat is een misvatting. De extra tijd die je kwijt bent door tegen de wind in te beuken, weegt zwaarder dan de tijdwinst die je boekt als de wind je vooruit duwt. Een rit met veel wind heeft netto dus bijna altijd een negatief effect op je gemiddelde, hoe hard je ook trapt.
Waarom in een groep rijden je cijfers flink oppoetst
Rijd je vaak alleen? Dan is je gemiddelde snelheid simpelweg niet te vergelijken met iemand die altijd in een groep fietst. Dat wist je waarschijnlijk al, maar wist je ook hóéveel het scheelt?
Door achter iemand te rijden bespaar je tot wel 30% energie. Je hoeft minder werk te leveren om dezelfde snelheid te behouden. Hierdoor kun je een hoger tempo veel langer volhouden, wat je gemiddelde flink opkrikt. Die ene fietsmaat die altijd opschept over zijn 35 per uur? Vraag hem eens hoe vaak hij alleen op pad is...
De onvermijdelijke invloed van je omgeving
Je woonplaats is bepalender voor je gemiddelde dan je denkt. Woon je in een dorp en ben je binnen vijf minuten omringd door rustige polderwegen, dan is een hoog gemiddelde makkelijker haalbaar.
Kom je uit een drukke stad, dan verlies je kostbare tijd bij elk verkeerslicht, kruispunt en zebrapad. Die constante stops en het opnieuw optrekken torpederen je gemiddelde snelheid, zelfs als je op de open stukken het gas vol opendraait. Een gemiddelde van 27 km/u in de stad kan een veel grotere prestatie zijn dan 32 km/u op een autoluwe dijk. Een route met veel scherpe bochtjes remt ook je gemiddelde flink.
Hoogtemeters zijn de ultieme snelheidsdoder
Een vlakke rit door Nederland is een totaal ander verhaal dan een tocht door de Ardennen of de Alpen. Het lijkt een open deur, maar de impact van klimmen op je gemiddelde is gigantisch. Zelfs een bescheiden klim met een stijgingspercentage van 5% kan je snelheid al snel terugbrengen tot onder de 20 kilometer per uur.
Die verloren tijd maak je in de afdaling zelden helemaal goed. In afdalingen rem je immers - hopelijk - voor de bochten. Focus je bij een rit met veel hoogtemeters dus liever op je klimtijden of het aantal overwonnen meters. Dat is een veel betere graadmeter voor je vooruitgang.
De echte winst zit niet in het getal
Natuurlijk is het leuk om je snelheid te zien stijgen, maar het is niet het enige dat telt. Je gemiddelde snelheid is een resultaat, geen doel op zich. Focus je liever op de factoren waar je wél direct invloed op hebt.
Werk aan je fietshouding, zorg dat je materiaal op orde is en leer efficiënter te schakelen. Door je te richten op het proces, word je vanzelf een betere en snellere fietser. En dat zie je uiteindelijk, zonder er geobsedeerd mee bezig te zijn, vanzelf terug in de cijfers. Maar geniet vooral van de rit, de omgeving en de vrijheid. Daarvoor zit je per slot van rekening op de fiets.