De wielerwereld is gek op trends, en de laatste jaren was er geen ontkomen aan de zone 2-manie. Aangejaagd door goeroes en wetenschappers leek urenlang blokken in deze specifieke hartslag- of vermogenszone de heilige graal voor een onuitputtelijke motor.
Het resultaat? Een peloton aan amateurwielrenners dat plichtsbewust duurtrainingen afwerkt, maar vaak vermoeider is dan voldaan. De harde waarheid is namelijk dat veel renners hun zone 2 onbewust veel te intensief rijden, waardoor ze eerder in een slopende tempozone belanden.
De harde waarheid over jouw duurtraining
Herken je dat? Je plant een rustige duurrit, maar op de fiets wil je toch een beetje doorrijden. Je hartslag kruipt omhoog en een volwaardig gesprek voeren wordt lastig. Grote kans dat je dan niet in zone 2, maar stiekem in zone 3 aan het ploeteren bent.
Volgens experts als Iñigo San Millán, een van de grondleggers van de zone 2-theorie, is dit een van de grootste misverstanden in de trainingsleer. Je stapelt vermoeidheid op zonder de pure aerobe basis te leggen die je juist zo hard nodig hebt.
Het geheim van Astana: minder is meer
Terwijl de massa zich blindstaart op zone 2, kijken de echte pro’s alweer verder. Of beter gezegd: lager. Vasilis Anastopoulos, de performance manager bij WorldTour-team XDS-Astana, onthulde onlangs een opvallende strategie aan podcastmaker Anthony Walsh.
Zijn renners spenderen een significant deel van hun basistrainingen niet in zone 2, maar juist in de bovenkant van zone 1. Ja, die ‘junk zone’ waarin het voelt alsof je nauwelijks iets doet.
Ritten van zes, zeven of zelfs acht uur, puur gericht op het opbouwen van een fundament zonder het lichaam uit te putten - we snappen dat jij geen acht uur gaat fietsen, trouwens... Maar toch zit er ook voor jou winst in, lees maar verder.
Waarom langzamer fietsen je sneller maakt
Want het klinkt misschien contra-intuïtief, maar de wetenschap erachter is ijzersterk. Door extreem rustig te trainen, verbetert je lichaam de capaciteit om vetten als brandstof te gebruiken. Je bouwt aan mitochondriale dichtheid, de energiefabriekjes in je spieren, en dat allemaal zonder de cumulatieve vermoeidheid die intensievere zones met zich meebrengen.
Het resultaat? Je aerobe drempel (LT1) schuift op richting je anaerobe drempel (LT2), waardoor je harder kunt fietsen terwijl je lichaam nog steeds efficiënt vet verbrandt. Je benen blijven frisser voor de trainingen die er écht toe doen: de zware intervalblokken en de wedstrijden of cyclo's waar je voor traint.
Zo pas je de ‘zone 1-methode’ zelf toe
Wat betekent dit nu voor jouw wekelijkse rondjes? Het is simpeler dan je denkt. Stop met jezelf te forceren op die rustige ritten. Laat de snelheid en het gemiddelde vermogen los. Doe die zaterdagse koffierit eens écht in zone 1. Het moet voelen alsof je bijna niets doet. Je moet moeiteloos kunnen praten en zingen.
Vertrouw erop dat je lichaam onderhuids keihard aan het werk is om een betere, efficiëntere en uiteindelijk snellere wielrenner van je te maken. Zone 2 is niet verkeerd, maar de vergeten kunst van het écht rustig rijden is misschien wel de ontbrekende schakel in jouw progressie.