Het is de standaard op vrijwel elke moderne gravelbike en ook de racefiets ontkomt er niet meer aan. Tubeless rijden is razend populair en dat is niet voor niets. Het biedt meer comfort, betere grip door een lagere bandenspanning, en ja, minder lekke banden. Veel wielrenners blijven echter uit pure angst voor de lastige montage met ouderwetse binnenbanden klooien. En dat is zonde.
Want eerlijk is eerlijk, als je eenmaal overgestapt bent, wil je nooit meer terug naar die kwetsbare latex- of butyl-binnenbandjes. Het zelf tubeless maken van je fiets is misschien een iets minder ‘clean’ klusje dan het vervangen van een ketting, maar het is absoluut haalbaar voor elke thuis-sleutelaar. Het levert je bovendien een flinke dosis voldoening en betere prestaties op.
De juiste voorbereiding is de helft van het werk
Voordat je begint met latex vloeistof te spetteren, is de juiste voorbereiding essentieel. Controleer of je wielen en banden wel ‘tubeless ready’ (vaak aangeduid met TLR of TC) zijn. Dit is cruciaal, want anders blijft de lucht absoluut niet zitten.
Naast de juiste banden en wielen heb je ook tubeless ventielen, speciaal tubeless velglint, een flesje latex sealant (antilekvloeistof) en een goede vloerpomp of, nog beter, een ‘tire booster’ compressor nodig. Zorg ervoor dat je velg grondig schoon en vetvrij is voordat je begint met het plakken van het lint. Een slordig geplakt lint is de meest voorkomende oorzaak van een lekkend tubeless systeem.
Lint, ventiel en de montage van de band
Plak het velglint strak en zorgvuldig in het midden van de velg en laat de uiteinden minimaal 10 centimeter overlappen. Prik een klein gaatje voor het ventiel en installeer dit goed strak, zodat het rubber de velg perfect afsluit.
Nu komt de montage van de band. Begin tegenover het ventiel en leg de band voorzichtig over de velgrand. De laatste centimeters kunnen soms flink lastig zijn en vereisen wat kracht of slimme inzet van een plastic bandenlichter. Zorg dat de hiel van de band (de rand) goed in het midden van het velgbed (de diepste geul) ligt, dan gaat het een stuk makkelijker.
Oppompen en de gevreesde 'pop'
Hier komt het spannende moment. Verwijder de ventielkern voor een betere luchtstroom en pomp de band met een krachtige luchtstoot op (vloerpomp, booster, of compressor). Als alles goed gaat, hoor je een paar harde, geruststellende ‘poppende’ geluiden: de band heeft zijn plekje op de velgrand gevonden.
Nu is de band misschien al aardig luchtdicht, maar voor de echte betrouwbaarheid voeg je via het ventiel (met een spuitje) de aanbevolen hoeveelheid latex sealant toe. Plaats de ventielkern terug en pomp de band tot de gewenste spanning op. Het geheim van een perfect dichte band is daarna flink schudden en draaien van het wiel, zodat the vloeistof elk piepklein kiertje opzoekt en dichtmaakt.
Lekrijden tubeless-stijl vraagt een andere aanpak
En wat als je onderweg toch lekrijdt? Geen paniek. In de meeste gevallen doet de vloeistof zijn werk en merk je er nauwelijks iets van. Is het gat groter? Gebruik dan een tubeless reparatiesetje, ook wel bekend als de ‘plug’ of ‘worm’.
Je steekt een met rubber beklede plug met een speciale tool in het gat, trekt de tool terug en voila, het lek is (meestal) gedicht. De uitstekende puntjes snijd je eraf en je kunt je rit vervolgen.
Als de plug ook niet werkt, is het een kwestie van ventiel eruit, kliederen met de resterende vloeistof en alsnog die vertrouwde binnenband erin. Maar zeg nou zelf, liever dit scenario één keer per jaar dan elke maand met binnenbanden klooien.