André van den Ende
Columns

Vragen die m’n vriendin stelt over wielrennen: ‘Wat gaan we Eerste Paasdag doen?'

De paasplannen van onze redacteur kwamen dit jaar nogal onverwacht onder vuur te liggen. Een poging om een 'romantisch uitje' naar Vlaanderen te verkopen, liep helaas uit op een pijnlijke ontmaskering.

logo Ronde van Vlaanderen Ronde van Vlaanderen

Je herkent het vast: wat voor jou als wielervolger een abc’tje is, is voor je vriendin (of vriend) abracadabra. Ik behandel iedere week een vraag die mijn vriendin aan mij stelde terwijl ze niet geheel vrijwillig meekeek naar de koers. Deze keer: wat gaan we Eerste Paasdag doen?

Middenin de IKEA gourmetten

Ik zat naar koers te kijken toen mijn vriendin zijdelings de vraag opwierp wat we met Pasen gingen doen. Hoewel ik verdiept was in de tweede etappe van Parijs-Nice, de derde etappe van de Tirreno-Adriatico of een of andere vage Spaanse koers die alleen in de krochten van HBO Max te vinden was, kwam er een scherpte over mij die alleen topsporters zullen herkennen op het moment dat ze er moeten staan, moeten presteren.

Op Tweede Paasdag zouden we wat mij betreft middenin de IKEA kunnen gaan gourmetten, maar Eerste Paasdag… Eerste Paasdag is dit jaar de dag van de Ronde van Vlaanderen, zo had ik me al bij de bekendmaking van de UCI-kalender voor 2026 al goed in de paashaasoortjes geknoopt.

Een slimmigheidje in de paashaasoortjes

Ik pakte het slim aan, vond ik zelf. “Zullen we naar Vlaanderen? Beetje genieten van de natuur, ons onderdompelen in de Vlaamse cultuur, rijdende paaseieren bekijken?”

Ze voelde nattigheid. Het zullen de rijdende paaseieren zijn geweest. Een peloton vol wielrenners in kleurige pakjes is dat met een beetje fantasie. Bovendien had ik op deze site gelezen dat Mathieu van der Poel op een speciale Paasei-fiets zou rijden. Maar ze trapte er dus niet in.

Rijdende paaseieren en slecht beklinkerde drempels

“Zeker weer iets met dat stomme wielrennen?”, sprak ze. “IETS?! De Ronde van Vlaanderen, de Hoogmis!”, riposteerde ik. “Maar daar rijden ze toch gewoon weer over dezelfde slecht beklinkerde verkeersdrempels waar ze al het hele voorjaar overheen fietsen? En die Sloveense jongen doet mee? Die wint toch altijd met overmacht? Saaaaaaaaai…”

Ik murmelde nog wat, maar wist het even niet meer. Die scherpte van eerder in dit stukje was helemaal weg. Wie heeft er last-minute-advies voor me met een goede reactie op deze woorden?