Zelf in het zadel

Wegslippen op kasseien: dit is waarom bijna elke wielrenner de mist in gaat

Het is de grootste angst van elke wielertoerist die zich dit voorjaar aan de Vlaamse heuvels waagt: die ene glibberige steen die je voorwiel net even de verkeerde kant op duwt.

Kasseien
wielrennen
Fietsen
logo Ronde van Vlaanderen Ronde van Vlaanderen
Een actiefoto van een mannelijke wielrenner in de Vlaamse heuvels, die over een steile, natte kasseistrook rijdt. Zijn gezicht toont concentratie en de cobblestones zijn glad van de recente regen. Hij draagt een moderne helm en voorjaarskleding.

Iedereen die wel eens over een strook als de Koppenberg, de Haaghoek of een strook bij jou om de hoek heeft gereden, kent dat specifieke gevoel van 'dokkeren' waarbij je hele fiets onder je lijkt weg te dansen.

Het wegslippen op kasseien gebeurt vaak op de meest ongunstige momenten, bijvoorbeeld wanneer je net even aanzet om die ene vriend uit het wiel te rijden of wanneer de stenen er door een regenbuitje als ijsbanen bij liggen. Gelukkig is het geen kwestie van puur geluk of je recht blijft zitten, want met de juiste voorbereiding en techniek dwing je die grip gewoon af.

De juiste bandenspanning is je grootste vriend

De meest gemaakte fout bij recreatieve fietsers die zich op de kasseien storten, is het rijden met een veel te hoge bandenspanning. We zijn gewend om onze bandjes keihard op te pompen voor dat soepele gevoel op het asfalt, maar op de stenen werkt dat averechts.

Een harde band stuitert namelijk over de kasseien heen, waardoor je constant het contact met de grond verliest en het risico op wegslippen op kasseien enorm toeneemt.

Door je bandenspanning flink te verlagen, geef je de band de ruimte om zich naar de vorm van de stenen te vormen. Dit vergroot het contactoppervlak en zorgt ervoor dat je veel meer grip hebt, ook als de stenen nat en modderig zijn. Voor de meeste wielrenners is een spanning tussen de 5 en 6 bar al aan de hoge kant voor het echte werk, afhankelijk van je gewicht en de breedte van je banden natuurlijk.

Zoek de rug van de weg op voor maximale grip

Positionering is alles wanneer je een kasseistrook opdraait. In het midden van de meeste stroken liggen de stenen vaak iets hoger en rechter, de zogenaamde 'rug' van de weg. Hoewel het verleidelijk kan zijn om de zijkanten op te zoeken in de hoop op een strookje zand of gras, liggen daar vaak de diepste gaten en de meeste modder.

Door in het midden te blijven rijden, heb je de meeste kans dat je banden op een relatief vlak oppervlak landen. Dit helpt niet alleen tegen het wegslippen, maar het zorgt er ook voor dat je minder snel een stootlek rijdt. Houd je blik bovendien een paar meter voor je uit gericht in plaats van naar je voorwiel te staren, zodat je op tijd kunt anticiperen op de ergste oneffenheden.

Handen losjes op het stuur voor meer controle

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar hoe harder je in je stuur knijpt, hoe minder controle je hebt. Wanneer je merkt dat je begint te trillen en het gevoel van wegslippen op kasseien de kop opsteekt, is de natuurlijke reactie om je stuur stevig vast te grijpen. Hiermee blokkeer je echter de natuurlijke beweging van je fiets, die zichzelf juist wil corrigeren op de oneffenheden.

Leg je handen losjes bovenop het stuur of in de beugels en laat de fiets onder je bewegen. Gebruik je armen als natuurlijke schokbrekers door je ellebogen licht gebogen te houden. Op die manier vang je de klappen op zonder dat je hele lichaam uit balans raakt, wat essentieel is om grip te houden op de momenten dat het er echt op aankomt.

Blijf trappen om je momentum te behouden

Momentum is je beste bescherming tegen vallen. Zodra je stopt met trappen op een lastige strook, verlies je de stabiliserende werking van je wielen en zak je weg in de gaten tussen de stenen.

Zorg dat je een versnelling kiest die groot genoeg is om druk op de pedalen te houden, maar klein genoeg om een soepele cadans te blijven draaien. Door constante kracht over te brengen op je achterwiel, voorkom je dat je gaat slippen op de momenten dat de kasseien even niet meewerken.