De wielerwereld heeft een nieuwe maatstaf. Een metric die zo veelomvattend is, dat het jarenlang heilig verklaarde W/kg (vermogen-gewichtsverhouding) er bleekjes bij afsteekt. Voor generaties renners was W/kg de ultieme indicator: de wattage die je per kilogram lichaamsgewicht kon trappen. Een simpel getal dat vertelde hoe goed je was, vooral bergop.
Maar wat als dat simpele getal lang niet het hele verhaal vertelt? Wat als we ons blindstaarden op een metric die, hoe elegant ook, de complexiteit van de topsport simpelweg niet meer aankan? Nou, dan is het tijd voor een revolutie, en die komt in de vorm van de ‘Compound Score’. Dit is niet zomaar een modegril, dit is de nieuwe standaard die het profpeloton nu al omarmt.
Waarom w/kg zijn glans verliest
Laten we eerlijk zijn: W/kg was een gouden greep. Het gaf een helder beeld van hoe efficiënt een renner is met zijn gewicht, vooral wanneer de zwaartekracht de grootste vijand is, zoals op steile beklimmingen. Echter, de moderne wielersport is zoveel meer dan alleen bergop fietsen. Denk aan explosieve demarrages, lange tijdritten op het vlakke, en positionering in het peloton.
Op vlak terrein bijvoorbeeld, heeft je gewicht veel minder invloed dan luchtweerstand en absolute vermogensoutput. Een renner van 80 kg die 400 watt trapt, heeft een lagere W/kg dan een renner van 65 kg die hetzelfde vermogen levert. Maar op het vlakke terrein kan die zwaardere renner, mits aerodynamisch efficiënt, zelfs in het voordeel zijn.
Het was Peter Leo, onderzoeker aan de Universiteit van Innsbruck en coach bij Jayco-AlUla, die de vinger op de zere plek legde. "De voorspellende waarde van relatief vermogen (W/kg) is niet geweldig", vertelde hij Escape Collective. De harde waarheid was dat renners met betere W/kg-cijfers soms werden geklopt door anderen. Er miste iets essentieels.
De compound score: meer dan de som der delen
Dit is precies het gat dat de ‘Compound Score’ vult. Ontwikkeld door John Wakefield, de directeur coaching, sportwetenschap en technologie bij Red Bull-Bora-Hansgrohe, combineert deze metric het beste van twee werelden: absolute kracht met relatieve kracht.
Het is als het verschil tussen alleen kijken naar de motor van een auto (W/kg) en kijken naar de combinatie van motor, chassis, aerodynamica en de vaardigheden van de coureur (Compound Score).
De ‘Compound Score’ vangt of een atleet zowel de brute motor heeft om hard te kunnen rijden (absolute kracht) als het chassis om dat vermogen effectief te kunnen inzetten (relatieve kracht).
Je hebt die rauwe power nodig om gaten dicht te rijden op het vlakke en je positie te behouden, én je hebt de efficiëntie nodig om over die laatste, venijnige klim te knallen. Wakefield geeft aan dat het voor hem de eerste metric is waar hij naar kijkt bij het evalueren en scouten van talent.
Waarom profs niet meer zonder kunnen
De impact van de ‘Compound Score’ is enorm. Waar W/kg vooral uitblonk in het voorspellen van klimprestaties, biedt de ‘Compound Score’ een veel breder en accurater beeld van de allround-renner.
Het blijkt met name een betere voorspeller te zijn voor potentiële podiumkandidaten in de belangrijke eendagswedstrijden. Dit zijn koersen waarin pure klimmers, sprinters en tijdritspecialisten vaak met elkaar de degens kruisen, en waar veelzijdigheid de sleutel tot succes is.
De inzichten die deze score biedt, helpen coaches zoals Leo en Wakefield om talenten effectiever te identificeren en te ontwikkelen. Ze kunnen nu veel beter zien wie de complete renner is: niet alleen iemand die een hoog W/kg kan trappen, maar ook de explosiviteit, duurvermogen en tactische intelligentie bezit om in alle facetten van een race te excelleren. Het gaat erom het hele pakket te hebben, en de ‘Compound Score’ weerspiegelt dat. Het is de nieuwe standaard, zo zeggen ze.
Jouw kijk op wielerprestaties voorgoed veranderd
Dus, wat betekent dit voor jou? Allereerst: gooi je W/kg-berekeningen niet direct uit het raam. Het blijft een nuttige indicator, vooral voor je klimcapaciteiten. Maar de 'Compound Score' nodigt je uit om breder te kijken naar je eigen prestaties en die van je favoriete profs. Het leert je dat een 'goede renner' meer is dan één getal.
Wellicht ontdek je dat je absolute vermogen op het vlakke veel beter is dan je dacht, of dat je juist extra moet investeren in je explosiviteit. Door je te verdiepen in de filosofie achter de ‘Compound Score’, krijg je een completer beeld van je eigen fysiologie en hoe je die kunt optimaliseren.
Het is een uitnodiging om de sport met nieuwe ogen te bekijken en misschien wel je eigen training op de schop te nemen. Want uiteindelijk draait het allemaal om één ding: succes op de fiets. En daarvoor is de ‘Compound Score’ simpelweg de nieuwe standaard geworden.