Wij wielrenners maken van alles mee onderweg: van verrassende bezienswaardigheden tot hachelijke verkeerssituaties en bijzondere ontmoetingen. In de rubriek 'Asfalt-safari' nemen we je mee in de avonturen van onze redactieleden, met deze week het raadsel van de onterecht boze blik.
De absurde confrontatie met een fatbike
Na een heerlijk ritje door de natuur fietste ik de stad weer in. Dat is als wielrenner altijd even omschakelen en extra opletten. Ik naderde een oversteekplaats waar ik met een groepje forenzen voor het stoplicht stond te wachten. Zodra het licht op groen sprong, kwam de hele groep in beweging. Precies op dat moment besloot een man op een fatbike de hoek om te slaan en ons frontaal tegemoet te rijden, tegen de richting in.
We moesten plotseling ritsen om een botsing te voorkomen, terwijl de man hard langs ons heen schoot. Gezien zijn strak naar achter gekamde gel-haar, ringoorbel en versleten trainingsbroek had ik niet het vermoeden dat er een welgemeend ‘pardon’ vanaf kon. In plaats daarvan keek hij mij, de enige wielrenner in de groep, strak en vooral heel boos aan. De omgekeerde wereld: hij overtreedt de regels, brengt een groep mensen in gevaar, en is zélf verontwaardigd.
Het patroon van de boze blik
Deze situaties zijn voor velen helaas herkenbaar en gebeuren gemiddeld een paar keer per rit. Een stel op e-bikes dat meer dan de helft van de weg inneemt, waarbij de man jou boos aankijkt alsof jij in de weg rijdt. Een automobilist die jou de berm in dwingt bij een inhaalmanoeuvre en je een kwade blik toewerpt. Of een fietser die jou geen voorrang verleent, schrikt van je aanwezigheid en die schrik omzet in boosheid. De gemene deler is altijd die onterechte, woedende blik van de dader.
De psychologie achter de verkeershufter
Schuilt hier een mechanisme achter? Jazeker. Dit gedrag is een klassiek voorbeeld van wat psychologen cognitieve dissonantie noemen. Dit is de mentale stress die iemand ervaart als zijn gedrag (een gevaarlijke actie) botst met zijn zelfbeeld (‘ik ben een goede verkeersdeelnemer’). Om die ongemakkelijke spanning op te lossen, moet het brein een snelle uitweg vinden. Een fout toegeven is pijnlijk voor het ego, dus is de realiteit verdraaien een makkelijkere optie.
De boze blik is hiervan het resultaat. De overtreder projecteert zijn eigen schuld en schaamte op jou. Door jou boos aan te kijken, maakt hij van jou de agressor en van zichzelf het slachtoffer. Zijn brein rationaliseert de actie: ‘Die wielrenner reed vast te hard, dus mijn manoeuvre was een reactie’. Boosheid wordt dan een schild om de eigen fout niet onder ogen te hoeven zien. Het is de aanval als beste verdediging, maar dan met je ogen.
Weten is nog geen accepteren
Het helpt om te weten waar dit absurde gedrag vandaan komt. Het is geen persoonlijke aanval, maar een kortsluiting in het brein van de ander. Accepteren is een tweede, maar het maakt de volgende confrontatie misschien iets minder frustrerend. Die boze blik is geen teken van jouw fout, maar van hun falen. En dus fiets ik door, me verbazend over de wonderlijke kronkels van de menselijke psychologie.