Met een oorverdovend applaus en hooggespannen verwachtingen werd Remco Evenepoel aan de start van zijn allereerste Ronde van Vlaanderen onthaald. En de Belgische kampioen stelde allerminst teleur. Hij overleefde de chaotische aanloopfase zonder problemen en positioneerde zich perfect voor de finale. Maar op de eerste passage van de Paterberg toonden Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel hun superieure explosiviteit op de kasseien. Evenepoel moest passen.
Evenepoels eenzame gevecht en de 'doodsteek' van Pogacar
Wat volgde, was een heroïsche, maar slopende achtervolging. Terwijl de twee koplopers samenwerkten, was Evenepoel op zichzelf aangewezen. Een gevecht dat hij later omschreef als een ware uitputtingsslag. “Het was echt verschrikkelijk om op die afstand te blijven, zeker omdat zij met zijn tweeën waren en ik maar alleen,” aldus een eerlijke Evenepoel na afloop voor de camera.
“Ik voelde dat ik op de kasseiklimmetjes serieus tekort kwam ten opzichte van Tadej en Mathieu. Maar ik ben blijven vechten omdat ik wist dat er nog tussenstukken waren en dus ben ik nooit over mijn limiet gegaan.”
Op de vlakkere stroken leek Evenepoel meermaals de aansluiting te kunnen maken. “Op de Hotond zie ik ze nog rijden op dezelfde afstand,” beschrijft hij de frustrerende jacht. “Ik had het gevoel dat ik telkens korter kwam, maar dan gaf Tadej me de doodsteek net voor de Steenbeekdries, waar hij doortrok. Het was bewust van Tadej om me niet te laten terugkeren. Op de grote baan dacht ik dat ik er naartoe reed, maar het mocht niet zijn.”
Een antwoord aan alle critici
Uiteindelijk moest hij zich neerleggen bij een derde plaats, een prestatie die hij zelf als een overwinning beschouwt. “Voor mij voelt het als een kleine overwinning. Ik sta op het mooiste podium dat er kan gewenst worden. Dat is een antwoord op iedereen die denkt dat ik niet kan wringen. Op de momenten dat het moest, zat ik er.”
De steun van het publiek heeft diepe indruk gemaakt. Het oorverdovende geluid van zijn naam langs het parcours heeft hem gesterkt in zijn besluit. Zijn terugkeer is geen vraag, maar een zekerheid. “Ik kom zeker terug. Ik heb ervan genoten. Hoe vaak ik mijn naam hoorde, dan voel ik me verplicht om terug te komen”, besluit Evenepoel.