De strijd tussen Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel in de Ronde van Vlaanderen werd dit jaar niet beslist op de laatste passage van de Oude Kwaremont. Nee, de échte, indirecte knock-out werd al uitgedeeld op de Molenberg, met nog 100 loodzware kilometers voor de boeg. Het was een meesterzet, waarmee Pogacar zijn voornaamste concurrent niet als laatste, maar juist als allereerste op de pijnbank legde.
De verborgen strategie achter de aanval op de Molenberg
UAE Team Emirates-XRG zette de koers vroeger dan ooit in vuur en vlam. De collectieve aanval op de Molenberg leek in de eerste instantie op een willekeurige versnelling, maar niets was minder waar. Dit was een chirurgische ingreep met één specifiek doel: Mathieu van der Poel een hak zetten, zonder dat hij het zelf doorheeft.
Het effect was direct zichtbaar. Van der Poel zat plotseling alleen in de elitegroep en deed wat hij altijd doet: hij draaide braaf zijn beurten mee, tot verbijstering van Thomas Dekker. Precies zoals Pogacar had voorzien. Voor concurrenten als Remco Evenepoel en Wout van Aert was dit scenario juist ideaal. Een vroege, harde koers speelt in hun kaart, omdat zij sterker worden naarmate een klassieker vordert.
Hoe Pogacars plan Van der Poel langzaam sloopte
Een lange, slopende finale is het favoriete terrein van Van der Poel, maar tegelijkertijd zijn achilleshiel tegen Pogacar. De Sloveen weet dit. Hij wist dat elke kilometer die hij de finale kon verlengen, een extra investering was in de latere uitputting van de Nederlander. Het was geen directe aanval, want Van der Poel volgde vlotjes op de Molenberg. Het was een aanval op zijn uithoudingsvermogen.
Het bewijs? Kijk naar de Oude Kwaremont. Bij de tweede passage, waar Pogacar zelf de lont in het kruitvat stak, kon Van der Poel nog mee. Sterker nog, die beklimming reden ze allemaal sneller op dan de laatste. Toch moest hij bij de derde (en dus langzamere) passage passen. Dat was geen kwestie van een slecht moment, maar van gestapelde vermoeidheid vanaf de Molenberg.
Een masterclass in het uitschakelen van concurrenten
Pogacar is meer dan een renner met een fenomenale motor; hij is een meestertacticus. Hij legde elke concurrent met vakkundige precisie op de pijnbank, precies waar het pijn deed. Van Aert op de brede, lopende stukken, Evenepoel op het asfalt na de kasseien. En Van der Poel? Die werd vanaf kilometer 150 systematisch murw gebeukt.
De Sloveen buitte de ‘fatale eerlijkheid’ van Van der Poel genadeloos uit. Hij wist dat de Nederlander zijn verantwoordelijkheid zou nemen, al dan niet met enige voorzichtigheid. Zo werd de basis voor de overwinning niet gelegd in de laatste tien kilometer, maar in de honderd kilometer daarvoor. Alweer een masterclass in strategisch koersen.