Zelf in het zadel

De ultieme smoes voor wielrenners: mijn buik is geen vet, het is aerodynamische optimalisatie (en dat zit zo)

Worstel jij ook met die laatste kilo's en dat biertje na de rit? Stop de strijd! Volgens aero-koning Victor Campenaerts kan dat buikje je, in theorie, zomaar eens sneller maken.

André van den Ende Leestijd 2 minuten
wielrennen
Fietsen
Een lachende, amateurwielrenner van middelbare leeftijd in een wielershirt geeft een trots klopje op zijn 'bierbuik', terwijl hij een glas bier vasthoudt op een zonnig terras na een fietstocht.

Het is de eeuwige strijd van de amateurwielrenner. Je investeert in een peperdure, aerodynamische fiets, schaft een strak lycra pakje aan en scheert je benen voor die laatste paar watt winst.

Maar tegelijkertijd lonkt dat welverdiende speciaalbier op het terras en die schaal bitterballen die je fietsmaten net hebben besteld. Goed nieuws, want volgens niemand minder dan Victor Campenaerts hoeven die twee werelden elkaar niet volledig uit te sluiten.

De theorie van aero-koning Victor

In de wondere wereld van de aerodynamica draait alles om een zo laag mogelijke CdA-waarde, oftewel de luchtweerstand. Hoe gladder je door de wind snijdt, hoe minder wattages je hoeft te trappen voor dezelfde snelheid.

Campenaerts, de man die van aerodynamica een ware kunstvorm heeft gemaakt, legde dit ooit haarfijn uit in gesprek met Het Laatste Nieuws. Hij stelde dat alles wat in een tijdritpositie achter de armen uitsteekt, storend is.

De truc is om de open ruimte tussen je borst en je stuur zo effectief mogelijk op te vullen. Hierdoor ontstaat er een betere druppelvorm en glijdt de wind makkelijker langs je lichaam. En hier wordt het interessant voor de Bourgondische fietser. Campenaerts stelde: “Mocht je iets onder het pak kunnen steken waardoor je een dikkere buik hebt, zou de CDA-score dalen.”

Jouw buik als gratis ‘fairing’

Precies, je leest het goed. Waar profs tegenwoordig met speciale ‘chest fairings’ en opvulstukken experimenteren (iets wat de UCI overigens verbiedt), heb jij als levensgenieter een ingebouwd, natuurlijk voordeel. Dat buikje waar je misschien stiekem van baalt, is in feite een perfect gevormde, organische fairing die de lege ruimte opvult en je CdA-waarde verlaagt.

Je kunt het zien als een gratis upgrade. Terwijl je fietsmaten duizenden euro’s uitgeven aan carbon en keramische lagers, heb jij je aerodynamische voordeel al voor een paar euro bij de lokale brouwerij gehaald. Je bent niet te zwaar, je bent gewoon maximaal geoptimaliseerd voor de Nederlandse polderwind.

De pijnlijke, maar cruciale voorwaarde

Voordat je nu direct een sixpack koud zet om je voor te bereiden op je volgende toertocht, komt hier de pijnlijke, maar onvermijdelijke ‘maar’. Campenaerts voegde namelijk een cruciale voorwaarde toe aan zijn theorie. Een bierbuik zou helpen, “op voorwaarde dat je met die bierbuik dezelfde wattages kan trappen.”

En daar wringt de schoen. De extra kilo’s die je meesleept, hebben een veel groter negatief effect op je snelheid, met name zodra de weg ook maar een klein beetje omhoog loopt. Het theoretische aerovoordeel in het platte verdampt volledig tegen de zwaartekracht op een viaduct. Het vereist bovennatuurlijke krachten om met het gewicht van een bierliefhebber de power-to-weight ratio van een afgetrainde prof te evenaren.

Proost, maar wel na de finish

Moet je dat biertje dan laten staan? Absoluut niet. De theorie van Campenaerts geeft je vooral het perfecte excuus en een geweldig verhaal voor aan de bar. Je hebt nu wetenschappelijke onderbouwing, uit de mond van een expert, voor het feit dat je eigenlijk aan je aerodynamica werkt terwijl je geniet van een welverdiende beloning. Verwacht er alleen geen KOM’s mee te pakken.