De meesten van ons leren het al vroeg: als de weg omhoog loopt, is het kop omlaag en stampen. Zeker op die momenten dat het stijgingspercentage in de dubbele cijfers schiet, lijkt er maar één optie: alles geven.
Maar wat als die aanpak je juist trager maakt? Oud-prof en huidig wielertrainer Tom Danielson introduceert een contra-intuïtieve strategie die hij ‘Surfing the Terrain’ noemt, en de jonge Paul Seixas liet in de Ronde van het Baskenland zien hoe effectief het is.
De klimtechniek die alles op zijn kop zet
Het idee achter ‘Surfing the Terrain’ is simpel, maar gaat recht in tegen wat veel fietsers instinctief doen. In plaats van je kruit te verschieten op de steilste passages, gebruik je die momenten juist om relatief te herstellen.
Je houdt je vermogen stabiel rond je drempelwaarde, maar forceert niets. De échte versnelling plaats je op de stukken waar de klim afvlakt of zelfs even overgaat in een lichte daling, de zogenoemde ‘slow to fast’-transities.
Waarom deze aanpak zo effectief is
Door juist op die overgangsmomenten aan te vallen met een hoge cadans en een flinke versnelling, genereer je snelheid op het punt waar je er het meeste voor terugkrijgt. Het momentum dat je daar opbouwt, neem je vervolgens mee de volgende steile strook in.
Terwijl je concurrenten daar over hun limiet gaan om je te volgen, schakel jij juist een tandje terug en laat je ze in het rood spartelen. Precies zoals Seixas deed op de slotklim naar San Miguel de Aralar, waar hij de basis legde voor zijn indrukwekkende etappewinst.
Zo pas jij de ‘surf’-techniek zelf toe
Wil je dit zelf proberen? Het vergt wat oefening, maar het principe is eenvoudig. Gebruik je cadans als leidraad. Begin je aan een steil stuk, laat je cadans dan iets zakken en focus op het vasthouden van een stabiel, hoog vermogen zonder te exploderen. Zodra je voelt dat de weg afvlakt, schakel je op, verhoog je de cadans en geef je gas. Je zult merken dat je een snelheid creëert die je veel langer kunt volhouden.
Het geheim zit in de overgangen
Het draait dus allemaal om het slim bespelen van het terrein. In plaats van een klim als één lange, monotone inspanning te zien, breek je hem op in secties. Je valt aan waar anderen rusten en je herstelt waar anderen zich opblazen. Zo houd je niet alleen je eigen inspanning beter onder controle, maar kraak je ook je rivalen op de momenten dat ze het niet verwachten. En dat is precies de strategie waarmee je het verschil maakt.