Parijs-Roubaix kent net als vorige week in de Ronde van Vlaanderen twee favorieten: Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel. De Nederlander wordt de beste techniek toegedicht, maar kan hij daarmee het verschil maken? Oliver Naesen in Het Nieuwsblad: "Het is niet meer zoals vroeger dat de klimmers of klassementsmannen er niks van kunnen. Zeker Pogi niet."
"Qua behendigheid zet ik hem evengoed in de top drie van het peloton komende zondag. Het is simpel: sprinten, klimmen, tijdrijden, kasseiwerk: er is niks dat die mannen niet kunnen.
'Van der Poel doet alles met losse schoudertjes'
Toch heeft Van der Poel iets unieks als hij op de fiets zit. Hij vergelijkt hem met iemand als Mads Pedersen. "Pedersen is ook technisch aangelegd. Anders raak je niet geplaatst in massasprints. Maar bij hem is het pure, brute kracht. Mathieu lijkt alles te doen met losse schoudertjes, zonder enige spanning op zijn lijf. Anderen moeten erop letten waar ze hun band zetten, bij Mathieu gaat alles vanzelf.”
Waar Naesen regelmatig lek rijdt in Roubaix, lijken Van der Poel en Pogacar volgens hem nooit iets te gebeuren. "Mathieu en Pogi… over alle materiaalsponsors heen lijken die echte toppers nooit iets tegen te komen. Ik rij gemiddeld drie à vier keer lek per editie. Ik denk dat het ermee te maken heeft waar je gewicht ligt. Ik zit ver naar achter op mijn zadel en rij ook altijd achteraan lek. Er moet een techniek zijn die ik duidelijk niet onder de knie heb."
Naesen ziet twee momenten voor Pogacar om weg te rijden
Kan Pogacar volgens Naesen hetzelfde als in De Ronde? "Het is niet zoals in Vlaanderen, waar Pogi op een stuk van 15 procent zijn duivels loslaat en al de rest direct met zijn broek op zijn enkels staat. Alleen wegrijden van Mathieu, Wout en Pedersen wordt moeilijk. Maar het kan. Ik denk aan twee stukken waar de wind altijd speelt: Camphin-en-Pévèle en Mons-en-Pévèle."