De fiets van Tadej Pogačar voor Parijs-Roubaix is het gesprek van de dag in het peloton, en niet zonder reden. Terwijl andere renners veiligere keuzes maken, duwt Pogačar de grenzen van het mogelijke op.
Hij verschijnt aan de start met een Colnago die is uitgerust met banden die zó breed zijn dat ze de regels van de UCI tarten en een versnellingssysteem waar de meeste profs niet aan durven te denken voor deze loodzware wedstrijd.
Breder, breder, breedst
Tyres, tyres, tyres. Daar draait het vaak om in de aanloop naar Roubaix. Waar 32 millimeter brede banden de nieuwe norm leken, doet Pogačar er een flinke schep bovenop. Hij heeft 35 millimeter banden van Continental op zijn ENVE-wielen laten leggen, maar in de praktijk pakt dat nog extremer uit. Eenmaal opgepompt meten de banden een duizelingwekkende 38 millimeter.
Dat is bijna de breedte die je op een gravelbike zou verwachten. Deze keuze zorgt ongetwijfeld voor meer comfort en grip op de verfoeide kasseistroken. Het contactoppervlak met de stenen is groter, waardoor de fiets als het ware over de hobbels ‘zweeft’ in plaats van erin te stuiteren.
De riskante gok met de versnelling
Alsof die monsterbanden nog niet genoeg waren, heeft de fiets van Pogačar nog een verrassing. Hij rijdt de volledige 260 kilometer met een 1x-aandrijving. Dat betekent dat hij geen voorderailleur heeft en dus maar één kettingblad aan de voorkant.
Dit is een setup die je vaker ziet in het veldrijden, gravelen of mountainbiken, maar op de weg is het (nog) een zeldzaamheid, zeker in een monument als Parijs-Roubaix.
Het voordeel is een simpelere, lichtere fiets en minder kans op een afslaande ketting. De grote vraag is of hij hiermee niet in de problemen komt. Heeft hij wel genoeg bereik in zijn versnellingen voor zowel de snelle asfaltstukken als de loodzware kasseistroken?
Waarom deze extreme materiaalkeuze?
De strategie achter de fiets van Pogačar is duidelijk: alles op alles zetten om de unieke uitdagingen van Roubaix te counteren. Met de extreem brede banden hoopt hij energie te sparen op de kasseien en de kans op lekrijden te minimaliseren. Opvallend is wel dat hij, in tegenstelling tot veel concurrenten, géén inserts in zijn banden gebruikt, een soort mousse die doorrijden na een lekke band mogelijk maakt.
Een lekke band betekent voor hem dus direct een probleem. Zijn team gokt erop dat de bredere banden en lagere bandenspanning op zichzelf al genoeg bescherming bieden. Het is een gedurfde strategie die laat zien dat Pogačar en zijn ploeg niet bang zijn om buiten de gebaande paden te treden.
Een meesterzet of pure hoogmoed?
De grote vraag die boven de kasseien hangt, is of deze radicale aanpak Pogačar de overwinning gaat brengen. De extreem brede banden passen maar net in zijn frame, met slechts een paar millimeter speling. Bij droog en stoffig weer is dat geen probleem, maar een onverwachte regenbui kan voor een catastrofe zorgen, omdat modder zich ophoopt en de wielen blokkeert.
De keuzes van Pogačar zijn een fascinerend schaakspel tussen mens, machine en de elementen. Het is het soort innovatie dat de wielersport zo boeiend maakt. Zondag zullen we zien of we getuige waren van de geboorte van een geniale strategie, of van een gok die net iets te ver ging.