De armen gaan de lucht in, het stof van de Noord-Franse kasseien nog op zijn gezicht. Wout van Aert heeft zijn droomkoers gewonnen: een verlossing. Een triomf die niet alleen op de Vélodrome werd bevochten, maar al jarenlang in zijn hoofd rondspookte. Dit was een overwinning op de pech, op de demonen van het verleden en, misschien nog wel het meest, op zichzelf.
De meedogenloze sloophamer van Pogacar
Het was een prachtig schouwspel: de Belgische kampioen en de Sloveense wereldkampioen, samen denderend over de meest barbaarse stenen van het wielerseizoen. Toch was de realiteit minder romantisch. Terwijl Pogacar keer op keer de beuk erin gooide, veranderde Van Aert in een schaduw die weigerde te lossen, ook al schreeuwde elke vezel in zijn lichaam om het tegendeel. Het was een masterclass in afzien, in het overleven op pure wilskracht.
Eenmaal over de streep gaf de winnaar het grif toe. “Tadej plaatste zoveel aanvallen”, bekende een zichtbaar geëmotioneerde Van Aert in het flashintervie. “Ik zat zo vaak in zijn wiel op de limiet. Hij heeft me echt een lastige dag bezorgd.”
Het eerbetoon dat Wout van Aert al acht jaar plande
De tranen die vloeiden, waren niet alleen van vreugde. Direct na zijn overwinning wees Van Aert naar de hemel, een gebaar met een diepe, zwaarwegende betekenis. Deze zege was voor Michael Goolaerts, zijn ploegmaat die acht jaar geleden het leven liet op de kasseien van Parijs-Roubaix. Dat maakte deze overwinning tot een persoonlijke missie die eindelijk was volbracht.
“Sinds 2018, toen ik voor het eerst kwam, was Parijs-Roubaix winnen een droom”, legde hij uit. “Sinds dat ongeval is het mijn doel om hier aan te komen en mijn vinger in de lucht te kunnen steken. Deze zege is voor Michael.” Het maakt de cirkel op een hartverscheurende en tegelijkertijd prachtige manier rond.
De beloning voor jarenlange volharding
Het is geen geheim dat de ‘Hel van het Noorden’ en Wout van Aert een haat-liefdeverhouding hadden. Jarenlang werd hij achtervolgd door pech, van lekke banden op cruciale momenten tot valpartijen. Maar in plaats van er moedeloos van te worden, gebruikte hij die tegenslagen. “Sindsdien kende ik al veel pech in deze koers. Maar het bracht mij ervaring”, analyseerde hij nuchter.
Zelfs op de dag van zijn grootste triomf leek het geluk hem niet altijd toe te lachen. Toch bleef hij erin geloven, en juist die onverzettelijkheid maakte het verschil. “Nu is de beloning daar.” En wat voor een beloning. Een tweede monument op zijn palmares, een eerbetoon aan een vriend en de bevestiging dat volhouden, hoe zwaar ook, uiteindelijk loont.