Na afloop sprak Wieler Revue op het middenterrein van de velodroom in Roubaix met ploegleider Grischa Niermann, die in de auto achter Van Aert zat en de Belg naar de overwinning coachte.
Hoe waren de laatste 25 kilometer voor je?
"Het was natuurlijk heel spannend. Je weet dat er nog heel veel kan gebeuren in de laatste fase. We moesten ertussenuit met de auto in aanloop naar Carrefour de l'Arbre. Dan weet je ook dat we niet zomaar een fiets kunnen geven als hij pech heeft."
Wanneer zag je dat hij écht goed was?
"Eigenlijk van begin af aan al. We hadden afgesproken dat hij zou gaan demarreren op de plek waar hij ook met Pogacar wegreed. Wout zag dat vooraf als een goed moment en het kwam uiteindelijk extra mooi uit, omdat we Mathieu van der Poel ook niet wilde laten terugkeren. Dat was perfect voor ons."
"Ze zaten allebei op de limiet. Als Pogacar doortrekt – ook op kasseienstroken – dan zit iedereen dat. Pogacar is nu eenmaal de beste renner ter wereld. Wout kon goed volgen, maar had ook niet de benen om Tadej eraf te rijden."
Richard Plugge zei dat Wout veel vertrouwen had in zijn sprint.
"Wout heeft de laatste jaren weleens een sprint niet gewonnen, maar we proberen hem altijd wijs te maken dat hij op zijn sprint kan rekenen, maar het is niet dat we het daar nog over hebben gehad. Ik coachte hem vooral over wat er gebeurde in de koers. Hij had vertrouwen in wat hij moest doen in de sprint, en dat bleek terecht."
Hoe was het moment dat hij over de finishlijn kwam voor je?
"Ik moet zeggen dat ik het via de koersradio hoorde, want de televisie viel weg. Toen we het hoorden, was het feest in de auto. Vanavond ook? Nou, ik heb morgen nog afspraken hier. Ik moet dus toch blijven, ik ga het zeker even vieren."