Reacties & Analyse

Pogacar toont in Roubaix dan toch menselijke trekjes: 'Ik had geen frisheid meer om aan te vallen in de finale'

Zelfs de meest geoliede machine kan sputteren in de Hel van het Noorden. Tadej Pogacar leek ongenaakbaar, maar werd in Parijs-Roubaix geconfronteerd met zijn eigen limieten.

Leon Janssen Leestijd 2 minuten
Tadej Pogacar knipoogt in de gele trui Tadej Pogacar
logo Parijs Roubaix Parijs-Roubaix
Tadej Pogacar op kop voor Wout van Aert in Parijs-Roubaix.

Ook de wereldkampioen ontkwam niet aan materiaalpech in de Hel van het Noorden. Voor Tadej Pogacar veranderde de jacht op zijn vijfde monument in een gevecht tegen de elementen, en vooral tegen zijn eigen fiets. De Sloveense alleskunner, die normaal gesproken de wetten van de wielersport naar zijn hand zet, werd plotseling heel menselijk.

Drie fietswissels nekken de Sloveense machine

Het pechverhaal begon al vroeg. "Ik was voordien vooraan al eens lek gereden, maar ik werd gered door de sealant in mijn tube", vertelde Pogacar na afloop. "Daarna reed ik achteraan volledig lek en kon ik niet meer rijden." Zonder ploegwagen in de buurt was hij aangewezen op de neutrale wagen, een nachtmerrie voor elke renner die zijn eigen materiaal tot in de puntjes heeft afgesteld.

"Dat was zeer oncomfortabel. Ik nam daarna mijn vaste fiets, maar ik reed nog eens lek." Drie fietswissels is een tol die zelfs een kampioen als Pogacar niet ongestraft betaalt. "Ik heb er een paar kogels moeten opgebruiken waar dat in se niet had gehoeven."

De fysieke inspanning om telkens terug te keren, eiste zijn tol. "Na die pech had ik geen frisheid meer om nog meer aan te vallen in de finale", gaf hij ruiterlijk toe. De motor, die normaal gesproken oneindig lijkt te kunnen draaien, sputterde. "Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar voelde vrijwel meteen dat de energie ontbrak en dat Wout van Aert nog fris oogde."

Pogacars motor sputtert in de sprint, maar hij is toch trots

In de sprint op de wielerbaan van Roubaix was het vat leeg. De explosiviteit die hem zo vaak de zege bracht, was opgesoupeerd aan de eindeloze achtervolgingen. "Ik heb het geprobeerd in de sprint, maar Wout was zoveel sterker. Ik wist dat ik geen geweldige sprint meer in de benen had en ik hoopte hetzelfde over Wout, haha"

Een tweede plaats, net als vorig jaar, maar het gevoel is anders. "Vorig jaar had ik geen pech en werd ik 2e, nu wel en eindig ik opnieuw 2e. Misschien gaat het volgende keer beter. Iedereen met een 2e plaats is ontgoocheld, maar we mogen trots zijn over hoe we als team gereden hebben."

Ondanks de pech en de verspilde kogels, was er ook ruimte om te genieten. "Het was een prachtige race en een goeie dag in de Hel." En de belofte voor de toekomst is er, onmiskenbaar. Op de vraag of hij hier ooit zal winnen, is het antwoord duidelijk en vastberaden: "Dat wil ik proberen."