De naam Remco Evenepoel zorgt altijd voor discussie. Is hij de man voor de grote rondes, of toch meer voor de klassiekers? Terwijl de olympisch kampioen zich voorbereidt op zijn doelen, werpt Pedro Delgado zijn licht op Evenepoels kansen tegen de twee ongenaakbare tenoren: Jonas Vingegaard en Tadej Pogacar. De Spaanse tourwinnaar van 1988 heeft een duidelijke, en enigszins pijnlijke, boodschap voor onze zuiderbuur.
‘Hij doet me denken aan Bernard Hinault’
Delgado is diep onder de indruk van de Belgische renner. “Ik hou van het karakter van Evenepoel, hij doet me denken aan Bernard Hinault. Zeer sterk moreel”, aldus de Spanjaard bij het Waalse RTBF. Maar diezelfde onverzettelijkheid kan volgens Delgado juist zijn achilleshiel worden. De wil om altijd met de besten mee te doen, de drang om te bewijzen dat hij ook in het hooggebergte de sterkste is, kan hem de das omdoen.
Een motor, maar geen klimmerslichaam
Het probleem van Evenepoel is volgens de Spaanse ex-renner puur fysiologisch. “Evenepoel heeft een grote motor, maar het probleem, helaas voor hem, zijn de bergen. Zijn postuur maakt hem geen geboren klimmer. Dat is jammer, want met zijn potentieel en zijn karakter kan hij grote dingen doen, maar als hij Vingegaard en Pogacar voor zich heeft, wordt alles moeilijk.”
Delgado’s advies is even simpel als lastig uit te voeren voor een winnaarstype als Remco. Hij moet zijn eigen race rijden, juist als de favorieten versnellen. “Als ik hem een advies mag geven, is het om op zijn eigen tempo te klimmen, zoals in een tijdrit. Hij moet niet proberen Vingegaard en Pogacar te volgen, anders riskeert hij te exploderen.”
De Spanjaard snapt echter dat deze tactiek lijnrecht tegenover de persoon Evenepoel staat. “Het is ingewikkeld, want met zijn karakter wil hij bij de twee kampioenen horen. In het Spaans zeggen we dat je in zulke momenten je hoofd koel moet houden. Volgen of niet volgen, dat is de vraag”, aldus Delgado.