Zelf in het zadel

Samoëns: fietsen tussen Tourgeschiedenis en grindpaden

Samoëns: een dorp dat bij wielerliefhebbers een belletje doet rinkelen. Het is het dorp dat aan de voet ligt van de Joux Plane. Een van de weinige buitencategorie cols van deze Noordelijke Alpen.

Willem Sipkema Leestijd 6 minuten
Joux Plane

Alle reden om er een weekendje door te brengen dus! Uitvalsbasis was Hôtel Neige et Roc, een viersterrenhotel aan de rand van het dorp, met het label Accueil Vélo. Dat label is in deze regio geen bijzaak: Samoëns leeft van buitensporters. Fietsen kunnen veilig gestald worden, routes liggen klaar en het personeel weet dat een vroeg ontbijt geen luxe is, maar noodzaak. Zeker voor iemand als ik die er het liefst zo vroeg mogelijk op uit wil om alles uit de dag te halen.

Over de Joux Plane, via Morzine naar het Plateau des Saix

De eerste fietsdag is er een voor de racefiets. Met gids Sébastien, geboren en getogen in de regio, vertrekken we richting de Col de Joux Plane. In plaats van de vrij steile openingskilometer stelt hij voor om via een paadje achteraf aan de mythische klim te beginnen. En inderdaad, het is een iets vriendelijker begin van de Joux Plane. Ik heb tien jaar geleden ooit in l’Etape du Tour de Joux Plane als slotklim gedaan. Door de hitte, de slechte benen en de extreme hitte heb ik daar toen afgezien als een beest. De klim boezemt dus enig ontzag in. Gelukkig zijn de omstandigheden vandaag ideaal. 23 graden en een zwak zonnetje.

De Joux Plane is een naam die blijft hangen, zeker voor wie is opgegroeid met de Tour de France van eind jaren negentig en begin jaren nul. Op deze berg kreeg Lance Armstrong in 2000 zijn beroemde hongerklop. Het moment waarop bleek dat ook de ongenaakbare Amerikaan kon breken. Voor veel kijkers, mezelf inbegrepen, was dat destijds een schok. Armstrong redde zijn Tour, maar de concurrentie wist dat ook The Boss zijn zwakheden had.

De klim zelf is onregelmatig. Steile stukken worden afgewisseld met vlakkere passages, het bos opent zich af en toe, maar sluit zich net zo makkelijk weer. Los van de flinke steiltegraad is het een vriendelijke beklimming, met lieflijke boerderijtjes tijdens de eerste kilometers. Je hebt eigenlijk constant een mooi uitzicht op het Vallée du Giffre beneden. Eenmaal boven ligt het meer van de Joux Plane, een paradijselijk plekje met uitzicht op de Mont Blanc. Geen wonder dat hier flink wat campers verzamelen om te overnachten.

De afdaling richting Morzine is technisch en snel. In die beruchte Tour-etappe in 2000 waar Armstrong moeilijke momenten kende, ging Roberto Heras onderuit in deze moeilijke afzink. Richard Virenque profiteerde en won de etappe. Ik heb geen zin in fratsen en stuur mijn Roubaix behoedzaam richting Morzine.

21 keer finishte een Tour-rit in Morzine. Ik denk terug aan Floyd Landis die hier in 2006 tjokvol testosteron de Tour op z’n kop zette. We vervolgen onze weg via de Col de l’Encrenaz en de Col de la Ramaz. Geen iconen zoals de Joux Plane, maar wel cols die in de kleren kruipen. De Ramaz is vooral een kwestie van tempo houden en genieten van het magnifieke uitzicht.

De finale naar het Plateau des Saix is steil. Hier verdwijn ik al snel in het bos, en hark ik langzaam maar zeker naar boven. Niet echt een mooie klim, hoewel er boven een uitzicht wacht over de vallei en op Samoëns zelf, dat ineens ver weg lijkt.

Top van de Joux Plane

Met de E-mountainbike naar Lac de Gers.

De volgende dag verruil ik de racefiets en trek ik met de e-mountainbike richting Lac de Gers. Ik protesteer nog een beetje bij gids Philippe en vertel hem dat m’n conditie het heus toelaat zonder motortje te fietsen. Hij kijkt me wat smalend aan en fietst weg. En dus volg ik hem dan maar.

Al snel ben ik blij met het motortje en besluit ik er vooral van te genieten. Het zal m’n conditie misschien niet veel helpen, het geeft me wel de mogelijkheid de omgeving goed in me op te nemen. De e-MTB is niet alleen maar een hulpmiddel om het fietsen makkelijk te maken, maar vooral om het bereik te vergroten. Meer ruimte om de mooie, verscholen plekjes van dit gebied te vinden.

Eén daarvan is het magnifieke Lac de Gers, wat verscholen ligt tussen bergtoppen en alpenweides. Schapen grazen langs de oevers, wandelaars houden er halt. Het meer is een bekend rustpunt in deze regio en dat is te merken: op het terras is het druk genoeg om levendig te zijn, niet zo druk dat het stoort, afgezien van een groep Amerikanen die het volume duidelijk hoger heeft staan dan nodig.

Na de pauze volgt de afdaling terug naar de vallei, met hier en daar steile, technische afdalingen en relatief gemakkelijke stukken. Wielrenners zijn over het algemeen altijd bezig met hun conditie, maar dit soort ritjes maakt het fietsen ook mooi. Zonder overdreven lichamelijke inspanning genieten van waar je kunt komen op twee wielen. Ik moet het mezelf nog een beetje aanleren merk ik.

Lac de Gers

Mountainbiken in de Vallée du Giffre

De laatste fietsdag staat opnieuw in het teken van mountainbiken, ditmaal met gids Xavier door de Vallée du Giffre. Xavier vertelt dat hij veel werk heeft, want vrijwel elke dag is er wel een groep schoolkinderen of toeristen die een tochtje bij hem boekt.

Met bijna 59 kilometer en circa 2.700 hoogtemeters is het bepaald geen korte rit. Ook met ondersteuning blijft het een serieuze dag op de fiets. We rijden westwaarts richting Taninges door smalle bospaadjes en klimmen gestaag, met constant uitzicht op de piek van Pointe de Marcelly, een bergtop die hoog boven de vallei uittorent.

We komen boven de bergkam terecht, waar koeien ons verveeld aanstaren. Aan de ene kant heb je uitzicht over de relatief grote stad Cluses en aan de andere kant ligt Vallée du Giffre, met Samoëns als ijkpunt. In de verte zie ik de Grand Colombier liggen, bekend vanwege de vele passages uit de Tour de France. Ondanks dat hier geen 2000+-cols zijn kun je hier als toerfietser te kust en te keur. En je rijdt er vanuit Nederland in een dag naartoe: ook geen overbodige luxe.

Terwijl we langzaam afdalen worden we voorbij gezoefd door professionele downhillers, die meedoen aan het UCI World Cup downhill. We besluiten even te blijven kijken en zijn oprecht verrast door zoveel lef en stuurmanskunst.

Ik neem afscheid van Xavier en besluit dat mijn dag er nog niet opzit. Ik rijd Samoëns nog een keer in en ga wederom richting de Joux Plane. Nu niet over asfalt, maar ik zoek de onverharde, moeilijk begaanbare atb-paden op. Mijn Wahoo heeft soms moeite met de vele kronkelende weggetjes en meer dan eens moet ik zelf nadenken hoe ik terugkeer naar de route. Het hoogtepunt is de onverharde zijweg van de Joux Plane, genaamd La Bourgeoise. Op deze heldere dag is ook de Mont Blanc goed zichtbaar.

Het is een uitzicht dat je normaal vooral van foto’s kent, maar hier simpelweg onderdeel is van de route. Ik ben niet de enige die van het panorama geniet. Een paar begeleiders proberen een luidruchtig schoolklasje in bedwang te houden en ik besluit een paar honderd meter verderop in een alpenweide neer te ploffen. Niets zo mooi om alleen naar de besneeuwde top van Mont Blanc te kijken.

Mont Blanc

Meer dan een uitvalsbasis

Het is me duidelijk waarom Samoëns zo populair is bij fietsers. De combinatie van ligging, infrastructuur en variatie aan routes maakt het tot een logische uitvalsbasis. Wielrenners kunnen hun hart ophalen op cols met naam en geschiedenis, mountainbikers vinden hier kilometers aan onverharde paden, en e-bikes zorgen ervoor dat ook langere en zwaardere routes toegankelijk blijven. Ik kom zeker nog eens terug.

MEER WETEN?

www.samoens.com