Zelf in het zadel

De simpele klimtechniek van Pogačar uit L-B-L waarmee je direct die ene amateurfout voorkomt

Zag je Pogačar vliegen in Luik-Bastenaken-Luik? Zijn geheim is verrassend simpel en jij kunt het morgen al toepassen om een veelgemaakte fout te vermijden.

André van den Ende Leestijd 2 minuten
Tadej Pogacar knipoogt in de gele trui Tadej Pogacar
Klimmen
logo Luik-Bastenaken-Luik Luik-Bastenaken-Luik
Tom Danielson
Wielertraining
Tadej Pogačar demonstreert zijn krachtige klimtechniek uit het zadel tijdens een aanval in Luik-Bastenaken-Luik.

Tadej Pogačar is een fenomeen, dat weten we allemaal. Maar als je goed keek tijdens zijn masterclass in de Ardennen, zag je meer dan alleen brute kracht. De Sloveen hanteerde een subtiele, bijna onzichtbare klimtechniek die hem hielp om uiteindelijk het verschil te maken met Paul Seixas.

De analyse komt van een kenner: oud-prof en gerespecteerd wielertrainer Tom Danielson. Hij merkte op dat Pogačar de perfecte overgang tussen zittend en staand klimmen beheerst, een moment waarop de meeste amateurwielrenners juist kostbare energie verspelen. Goed nieuws: zijn methode is geen hogere wiskunde en met een beetje oefening maak jij diezelfde fout nooit meer.

De valkuil van verkeerd opstaan

Je kent het wel. De weg loopt steil omhoog, je voelt de snelheid terugvallen en je besluit op de pedalen te gaan staan voor extra kracht. Maar in plaats van een soepele versnelling, voelt het als een harkerige, inefficiënte worsteling.

Dit is de klassieke amateurfout: op het verkeerde moment opstaan. Volgens Danielson duwen de meeste renners zichzelf omhoog op een ‘dood’ punt in de pedaalslag. Het resultaat? Je verliest momentum, je hartslag schiet omhoog en die extra power die je zocht, is al verdwenen voordat je goed en wel staat. Het is de snelste manier om jezelf op te blazen.

Het geheim zit in de neerwaartse slag

Wat doet Pogačar dan anders? Hij gebruikt de kracht van zijn pedaalslag om zichzelf omhoog te lanceren. Zoals Danielson uitlegt, is de truc om de beweging om te gaan staan te starten tijdens de krachtige neerwaartse slag, de downstroke.

Terwijl je het ene been met volle kracht naar beneden duwt, trek je aan je stuur en gebruik je dat momentum om je lichaam moeiteloos uit het zadel te liften. Je voegt je lichaamsgewicht toe aan de pedaalkracht, waardoor de beweging niet alleen efficiënt is, maar je ook een kleine snelheidsboost geeft.

Maximaliseer je kracht met de ‘swagger’

Eenmaal staand, begint fase twee van de Pogačar-methode. Hij laat de fiets van links naar rechts onder zich bewegen, een techniek die ook wel de ‘swagger’ wordt genoemd. Dit is geen show-off, maar pure efficiëntie.

Door je fiets ritmisch heen en weer te wiegen, kun je bij elke pedaalslag je volledige lichaamsgewicht in de strijd gooien. Je benen leveren de kracht, maar je bovenlichaam en je gewicht doen het zware werk. Zo kun je een hoger wattage vasthouden zonder je spieren direct te verzuren.

De kunst van het soepel terugkeren

Misschien nog wel listiger dan het opstaan, is het moment van terugkeren naar het zadel. Veel renners maken de fout om simpelweg neer te ‘ploffen’, waardoor ze even stoppen met trappen en waardevolle snelheid verliezen. Ook hier heeft de Sloveense meester, geanalyseerd door Danielson, een oplossing voor.

Time de terugkeer naar het zadel met het begin van de opwaartse pedaalslag, de upstroke. Gebruik de trekkende beweging aan het pedaal om jezelf gecontroleerd en soepel terug in het zadel te leiden. Correct uitgevoerd geeft dit je bijna het gevoel van een duwtje in de rug, terwijl je je bovenbenen een welverdiende micropauze gunt.