Mathieu van der Poel is inmiddels 31 jaar en dat betekent dat de vragen over zijn erfenis in de sport steeds vaker gesteld worden. In een openhartig gesprek met de Spaanse krant AS, waarin hij ook zijn deelname aan de komende Tour de France bevestigde, keek de kopman van Alpecin-Premier Tech verder dan alleen de kille cijfers van zijn palmares.
Aanvallen van begin tot eind als nieuwe norm
Hoewel hij met acht monumenten op zak weinig meer te bewijzen heeft, zit zijn trots in iets heel anders dan glimmende trofeeën. Van der Poel ziet zichzelf vooral als een van de motoren achter het nieuwe, spectaculaire wielrennen.
Wanneer hem wordt gevraagd hoe hij later de boeken in wil gaan, komt hij met een even nuchter als krachtig antwoord. "Als onderdeel van een generatie die het wielrennen veranderde, de manier van koersen, de aanval van begin tot eind", vertelt hij gedecideerd. "Het zal goed zijn als deze manier van koersen herinnerd wordt."
Meer liefde voor de fiets en veel minder prestatiedruk
Die aanvallende stijl vraagt ongekend veel van het lichaam en de geest. Toch fietst de dertiger momenteel met veel meer vrijheid rond dan in zijn beginjaren. "Het is anders. Ik hou nu meer van wielrennen dan vroeger", bekent hij verrassend. "Ik geniet van lange trainingen, de laatste voorbereidingen op de doelen... ik hou ervan, en bovendien beleef ik het met minder druk dan in het verleden. Alles wat nu komt is een bonus voor mij."
De allesbepalende titanenstrijd met Tadej Pogacar
Die bonusfase betekent overigens absoluut niet dat de absolute honger verdwenen is. Dat heeft voor een groot deel te maken met de aanwezigheid van die andere veelvraat in het peloton. De constante rivaliteit met de Sloveense kopman van UAE Team Emirates dwingt hem om het uiterste uit zichzelf te blijven halen.
Van der Poel windt er geen doekjes om en noemt het beestje bij de naam. "Hij is een zeer moeilijk te verslaan vijand", klinkt het stellig. Toch weigert hij zich bij voorbaat neer te leggen bij een tweede plaats. "Iedereen in het wielrennen weet dat in de meeste koersen, als je Pogacar kunt verslaan, je heel dicht bij de winst bent. Ik zal het blijven proberen, ik blijf mezelf daarvoor verbeteren en ik ben ervan overtuigd dat ik hem opnieuw zal kunnen verslaan."
Een erfenis van pure durf en aanhoudend spektakel
Uiteindelijk gaat het de Nederlander dus om veel meer dan louter statistieken in een overzichtje. De uitslag op papier vervaagt misschien met de jaren, maar het gevoel van een krankzinnige demarrage op honderd kilometer van de finish blijft voor altijd hangen bij het publiek. Hij wil dat de geschiedenisboeken dit decennium herinneren als de jaren waarin het wielrennen zijn pure, onvoorspelbare ziel terugkreeg.