Wij wielrenners maken van alles mee onderweg: van verrassende bezienswaardigheden tot hachelijke verkeerssituaties en bijzondere ontmoetingen. In de rubriek 'Asfalt-safari' nemen we je mee in de avonturen van onze redactieleden, met deze week een analyse van de territoriale 60-plusser op een e-bike.
De anatomie van de boze 60-plusser
Koningsdag besloot ik dit jaar te vieren met een rondje van honderd kilometer over de dijken langs de Maas, de Waal én het Maas-Waalkanaal. Het was een prachtige dag, wat betekende dat ik het rijk niet alleen had. De dijken waren bezaaid met oranje geklede gelegenheidsfietsers. En tussen die vrolijke menigte viel mij een specifiek, steeds terugkerend fenomeen op: het oudere echtpaar op identieke elektrische fietsen.
De formatie is altijd hetzelfde. De vrouw fietst keurig rechts, terwijl de man er pontificaal naast rijdt en zich breed maakt, vaak ver over het midden van de weg. Terwijl ze je tegemoetkomen, zet hij zijn knieën wijd uiteen als een verwende puber op een fatbike en werpt hij je een priemende, boze blik toe. Het is een curieuze mix van afkeer en territoriale agressie. Een non-verbale boodschap die lijkt te zeggen: ‘Blijf uit de buurt, jij in lycra gehulde wegpiraat’.
Oerinstinct of pure wielerhaat?
Ik vroeg me af waar dit gedrag vandaan komt. Is het een soort oerinstinct? Een diepgewortelde drang om zijn partner te beschermen tegen het vermeende gevaar van een naderende wielrenner? Ik kan me voorstellen dat je jezelf breed maakt als je vrouw eruitziet als Tatjana Šimić op haar zestigste. Maar met alle respect, de meeste dames die ik tegenkwam, hadden de kordate uitstraling van een Nelly Frijda. Die beschermen zichzelf wel, daar heb je geen breed-uit-fietsende man voor nodig.
Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik tot de conclusie kwam dat het waarschijnlijk gewoon chagrijnige 60-plussers zijn, met een onverklaarbare hekel aan wielrenners. De boze blik is geen bescherming, maar pure minachting.
En toch, hoe irritant ook, moet ik er inmiddels stiekem om gniffelen. Elke keer als ik zo’n man zijn trots zie bewaken, zie ik een komisch schouwspel. Het is een vast onderdeel geworden van de fauna op de Nederlandse dijken, een fascinerend wezen dat mijn rit net dat beetje extra humor geeft. Ik groet ze tegenwoordig vriendelijk. Dat maakt ze meestal nog bozer.