Reacties & Analyse

Wordt Pogacar teveel geholpen door motoren? Paret-Peintre: 'Organisatie wil gewoon dat hij wint'

De discussie over motoren in het wielrennen laait weer op, en dit keer is het geen subtiele hint. Een gefrustreerde Franse klimmer gooit de knuppel in het hoenderhok met een flinke beschuldiging.

Leon Janssen Leestijd 2 minuten
Tadej Pogacar knipoogt in de gele trui Tadej Pogacar
logo Ronde van Romandië Ronde van Romandië
Tadej Pogacar bezig aan een solo in de Ronde van Romandië.

De frustratie bij Valentin Paret-Peintre (Soudal Quick-Step) was na de koninginnenrit in de Ronde van Romandië voelbaar. De klimmer koos voor de vroege vlucht na een paar mindere dagen. Hij vond in Primoz Roglic de perfecte bondgenoot, maar het avontuur leverde helaas niet het gewenste resultaat op.

“Het was niet echt een verrassing om Primoz voorin te zien, hij had al veel tijd verloren de twee laatste dagen”, analyseerde hij na afloop bij CyclingPro.net. “Voor mij was hij een goede bondgenoot in de vlucht.”

Een kansloze missie voor de vluchters

De samenwerking in de kopgroep was uitstekend. Met mannen als Roglic en Louis Vervaeke leek een mooie strijd om de dagzege in de maak. Toch gaf het peloton, aangevoerd door het team van klassementsleider Tadej Pogacar, de vluchters geen centimeter ruimte. De voorsprong bleef beperkt, waardoor de ontsnapping een langzame en pijnlijke dood stierf.

“Helaas. We hebben hard gereden, er was een goede samenwerking en we deden ons best om vooruit te blijven”, verzucht Paret-Peintre. De teleurstelling is duidelijk, maar al snel maakt die plaats voor argwaan. “Het is een beetje teleurstellend. Ik hoop niet dat de motoren bij het peloton er te dicht voor zaten, want dat was het geval de laatste twee dagen.”

Paret-Peintre haalt uit naar de organisatie

En met die opmerking is de beer los. De Fransman legt de vinger op een zere plek die de laatste tijd steeds vaker wordt aangestipt. Het is een publiek geheim dat de nabijheid van motoren een aanzienlijk aerodynamisch voordeel kan opleveren. Denk maar terug aan Parijs-Roubaix, waar werd beweerd dat Pogacar na zijn lekke band profiteerde van een ‘muur van motoren’.

Paret-Peintre neemt geen blad meer voor de mond en richt zijn pijlen nu rechtstreeks op de wedstrijdleiding. Hij insinueert dat het geen toeval meer is, maar een bewuste keuze. “Goed, als de organisatie wil dat Pogacar wint, is dat hun keuze. We hebben het vaak genoeg gezegd, maar het is wat het is.”

Toch een positief gevoel ondanks de frustratie

Ondanks de cynische en pessimistische toon over de gang van zaken, probeert de Franse klimmer de dag toch met een sprankje hoop af te sluiten. Zijn eigen prestatie geeft hem moed voor de toekomst, ook al zat een overwinning er niet in.

“Het middenstuk was niet echt in mijn voordeel. Daar heb ik flink wat geleden”, geeft hij toe. “Op de laatste klim voelde ik me echter nog goed. Dat is positief.” Het is een kleine persoonlijke overwinning op een dag die vooral herinnerd zal worden om zijn explosieve uitspraken. De vraag lijkt niet óf, maar wanneer de volgende renner zich in deze gevoelige discussie mengt.