Reacties & Analyse

Lefevere luidt de noodklok: 'De mindere goden denken nu dat ze de veel-trainen-weinig-koersen moeten kopiëren'

Patrick Lefevere haalt in zijn column de sloophamer boven. Hij hekelt de trend van weinig koersen en stelt dat veel renners de succesformule van de absolute toppers ten onrechte kopiëren.

Leon Janssen Leestijd 2 minuten
Patrick Lefevere
Patrick Lefevere met een serieuze blik.

Het is een trend die al jaren suddert in het peloton, maar Patrick Lefevere brengt het nu tot een kookpunt. Terwijl de Pogacars en Vingegaards van deze wereld met een minimaal aantal wedstrijddagen indrukwekkende zeges boeken, ziet de voormalige wielerpatron een gevaarlijk neveneffect. Volgens hem proberen te veel renners diezelfde aanpak te imiteren, zonder het palmares of de motor te hebben om dat te rechtvaardigen.

Het resultaat? Een peloton dat volgens hem aan bloedarmoede lijdt. “Het probleem is dat er een doorsijpeleffect is naar de mindere goden. Renners met minder statuur denken dat ze de veel-trainen-weinig-koersen-aanpak moeten kopiëren”, zo steekt hij van wal in Het Nieuwsblad.

De harde mening van Lefevere over koersmentaliteit

De kritiek van Lefevere snijdt diep en raakt de kern van de sport. Hij vraagt zich hardop af welke renners de sport nog écht met passie bedrijven. “Het is een punt dat ik José De Cauwer vaak hoor maken: ‘welke coureurs koersen nog graag?’ Ik weet dat hoogtestages werken, maar soms lijken wedstrijden nu intermezzo’s tussen twee van zulke kampen in.”

Lefevere toont begrip voor de supersterren die hun momenten zorgvuldig uitkiezen, maar voor de rest is zijn boodschap glashelder: er wordt te weinig gepresteerd. “Dat Pogacar en Van der Poel zich beperken tot de grote afspraken, tot daar. Maar Bij veel andere renners denk ik: ‘mag het misschien iets meer zijn?’”

Een radicaal voorstel om de sport te redden

Lefevere blijft niet steken in kritiek, maar flirt ook met een concrete, zij het radicale, oplossing. Om de sport levendiger en aantrekkelijker te maken, moet het roer misschien wel om. Hij herinnert aan vroegere tijden, waarin er juist een limiet was aan het aantal koersdagen. Nu denkt hij aan het tegenovergestelde.

“Het laatste wat ik zou willen is de UCI aanmoedigen om nog meer regeltjes in het leven te roepen”, nuanceert hij, om vervolgens toch een bommetje te droppen: “Misschien is het geen slecht idee om ook een ondergrens in te stellen.” Een verplicht minimum aantal wedstrijddagen dus. Een idee dat ongetwijfeld nog veel stof zal doen opwaaien.