Als de zon doorbreekt in het weekend, trekken wielrenners massaal naar het zuiden of de Utrechtse Heuvelrug. Dat levert steevast dezelfde taferelen op. Je bent meer bezig met inhouden, uitwijken voor grote groepen en bellen naar wandelaars dan met echt afzien. Dat is zonde van je rit en je humeur. Gelukkig telt ons platte landje nog genoeg hellingen waar je wél de ruimte hebt.
1. Verborgen hoogtemeters in het bos op de Motte van Montferland
Wie echt op zoek is naar onbekende klimmen in Nederland, moet koers zetten richting de Achterhoek. Verscholen in de bossen bij Zeddam ligt een verraderlijke pukkel te wachten. De beklimming leidt je naar de grootste motte van het land, een door mensen gemaakte heuvel uit de middeleeuwen. Het voelt hier absoluut niet als Nederland vanwege de dichte begroeiing en de diepe stilte.
Je fietst hier in een kaarsrechte lijn omhoog. De stijging loopt in de laatste honderden meters op tot ruim negen procent. Dat is absoluut genoeg om de hartslag flink in het rood te jagen. Zeker omdat je hier niet op een grote meute hoeft te wachten, kun je direct vanuit het vertrek vol op de pedalen gaan staan.
2. Steiler dan verwacht op de Van der Veurweg
Het Rijk van Nijmegen is natuurlijk geen groot geheim voor de doorgewinterde fietser. Toch laten veel mensen de zwaarste stroken links liggen ten faveure van de iconische Oude Holleweg. Wie de bordjes richting Berg en Dal volgt en net even afslaat, belandt op een sluipmoordenaar. Hier vind je stukken asfalt die ruimschoots de elf procent aantikken.
De smalle weg kronkelt irritant steil omhoog door een omgeving die voelt als een alpendorpje. Het asfalt is hier vaak bezaaid met bladeren, wat klimmen op smalle bandjes nog uitdagender maakt.
3. Het rustige broertje van de VAM-berg in Emmen
De Drentse VAM-berg kent inmiddels iedere wielrenner wel. Wie in het noorden wil klimmen zonder de massale drukte, navigeert beter naar de Muur van Emmen. Dit is eveneens een voormalige vuilnisbelt, maar dan een flink stuk onbekender en daardoor lekker rustig. Een uitstekend alternatief als je hoogtemeters in de noordelijke provincies zoekt.
Je slingert hier over een smal fietspad verrassend steil omhoog. De top halen vereist de nodige macht, zeker als de wind vrij spel heeft op deze open heuvel. Het is een perfecte locatie voor een uurtje intervaltraining zonder dat je constant in de remmen hoeft voor andere fietsers.
4. Verrassende stijging op de Brabantse Wal
Een lijstje met verrassende beklimmingen in Nederland is niet compleet zonder een uitstapje naar de provincie Noord-Brabant. De Brabantse Wal is een abrupte overgang van de polders naar hoger gelegen zandgronden. Dit creëert een uniek stukje reliëf waar wielerlegendes de basis voor hun successen legden. De Rijzendeweg in Hoogerheide is hier de absolute blikvanger die je moet afvinken.
Vanaf de voet kijk je direct tegen een muur van asfalt en bomen aan. De stijging vlakt nergens echt af, maar overdreven steil is het allemaal niet: op de macht!
5. Pijn lijden in de Limburgse stilte op de Oude Huls
Natuurlijk mag het zuiden niet ontbreken, zolang je de bekende wielerhotspots maar mijdt. Waar grote groepen de Huls in Simpelveld opzoeken, ligt net daarnaast de Oude Huls prachtig verstopt. Deze smalle holle weg is beduidend zwaarder en wordt door veel fietstoeristen simpelweg over het hoofd gezien.
Je kruipt hier door een donkere bosrijke omgeving omhoog met stijgingspercentages die ruim boven de elf procent uitkomen. Het wegdek loopt vervelend onregelmatig en de bomen houden in de zomer de hitte goed vast. Hier train je in alle stilte je klimmersbenen en besef je dat Zuid-Limburg nog altijd geheimen kent voor de avontuurlijke wielrenner