In vrijwel elke voorbeschouwing klinkt hetzelfde liedje. Het deelnemersveld in de Giro d'Italia zou te mager zijn. De teneur is dat buiten Jonas Vingegaard eigenlijk geen échte toppers aan het vertrek staan. Tadej Pogacar, Remco Evenepoel, Mathieu van der Poel en Wout van Aert ontbreken, dus is de startlijst opeens armoedig. Maar wie dat beweert, lijdt echter aan een stevige vorm van wielerbijziendheid.
De mythe van een smalle wereldtop in de Ronde van Italië
Laten we wel wezen, de absolute wereldtop is tegenwoordig extreem smal. We zijn gigantisch verwend geraakt door een handvol fenomenen die alles en iedereen degraderen tot figuranten. Maar is een startlijst direct zwak als de zogeheten 'aliens' er niet zijn? Absoluut niet. De realiteit van het moderne wielrennen is domweg dat de top zo dun is bezaaid. Het wegblijven van een paar grote namen zorgt dan al snel voor een schijnbare leegte.
Kijk liever eens naar de klassementstoppers die wél afreizen naar het zuiden. Vingegaard steekt er natuurlijk met kop en schouders bovenuit, maar de laag daaronder herbergt geweldige renners. Het gemis van João Almeida wordt ruimschoots opgevangen door Giulio Pellizzari. Deze Italiaanse groeibriljant staat klaar om zijn definitieve sprong naar de absolute elite te maken. De komende jaren is Pellizzari typisch een van de mannen die bepaalt of we een peloton sterk of zwak noemen.
Klassementsmannen Giro minstens zo sterk als in Frankrijk
Kijken we naar de overige kandidaten voor het podium, dan zien we klinkende namen als Felix Gall, vorig jaar nog keurig vijfde in de Tour. Of neem Thymen Arensman en Egan Bernal. Bernal was ooit een topper van het allerhoogste niveau. Arensman pakte vorig jaar nog twee ritzeges in de Franse ronde, terwijl hij de twee allergrootste rondereners recht in de ogen keek.
Ook Enric Mas, die al jaren bij de beste tien klimmers wereldwijd hoort, is gewoon van de partij. Net als oud-winnaar Jai Hindley, de altijd spectaculaire Ben O'Connor en het Canadese fenomeen Derek Gee. Leg die groep renners eens naast de subtop in de Tour de France. Dan hebben we het over mannen als Oscar Onley, Kévin Vauquelin of Tobias Johannessen. De afvaardiging in het Giro-peloton doet daar echt helemaal niets voor onder.
Sprintkanonnen en frisse anvallers kleuren het Giro-peloton
Ook qua sprinters is het niveau deze Giro d'Italia gewoon hoog. Natuurlijk, in de Franse zomer heb je Tim Merlier en Jasper Philipsen, maar daarna houdt de overheersing wel een beetje op. In Italië staat met Jonathan Milan simpelweg de beste, of op z'n minst de op één na beste sprinter ter wereld aan het vertrek. Voeg aan Milan een herboren Dylan Groenewegen toe en we hebben direct spektakel. Sterke sprinters als Paul Magnier, Tobias Lund Andresen, Arnaud De Lie en Kaden Groves maken het sprintersbal compleet.
Tot slot wordt de koers natuurlijk niet uitsluitend gemaakt door mannen voor het klassement en pure sprinters. Grote kanonnen als Wout van Aert en Mathieu van der Poel zijn er dit keer misschien niet bij, maar met een klepper als Filippo Ganna en het UAE-groeibriljant Jan Christen is spektakel gegarandeerd.
Kijk ook zeker naar Cristian Scaroni. Deze Italiaanse springveer en rittenkaper gaat als de nummer veertien van de wereld de ronde in. Het zijn precies dit soort smaakmakers die de schoonheid van de koers bepalen. Stop dus met klagen over wie er op de bank zit en ga vooral genieten. Het Giro-peloton is niet zwak; onze verwachting is simpelweg toe aan een correctie.