Zelf in het zadel

De valkuil van de werkende wielrenner: waarom de 'sweet spot' op 6 tot 8 uur trainen ligt

Veel fanatieke fietsers met een drukke baan denken dat ze veel meer uren moeten maken om beter te worden. Ontdek waarom minder tijd in het zadel je juist een stuk sneller maakt.

André van den Ende
2 minuten
Wielertraining
wielrennen
Fietsen
Een werkende wielrenner in Wieler Revue-tenue checkt zijn smartphone en sporthorloge thuis in de gang naast zijn racefiets, balancerend tussen werk en training.

Je kent het wel. Na een lange werkdag gooi je snel wat pasta naar binnen om nog net voor het donker die beloofde blokkentraining af te werken. In het weekend pak je steevast de rit van drie/vier uur mee.

Als fanatieke fietser wil je beter worden en het idee heerst dat je daarvoor simpelweg extreem veel uren moet maken. Toch trappen veel amateurs in een hardnekkige valkuil, want het imiteren van profschema's werkt averechts als je agenda al vol zit met werk en andere verplichtingen.

De illusie van onhaalbare profschema's

De waarheid is harder dan je lief is. Een profrenner traint twintig uur per week en rust de overige tijd op de bank met de benen omhoog. Jij staat na je zware rit van gisteravond vanochtend gewoon weer in de file of bij de koffieautomaat op kantoor.

Voor de meeste alledaagse atleten is vijftien of twintig uur op de fiets fysiek onmogelijk en absoluut niet te combineren met een baan, een gezin en een actief sociaal leven.

Zoveel uren leveren echt resultaat op

Je hoeft je sportieve ambities zeker niet in de ijskast te zetten. Coaches zien in de praktijk duidelijke patronen bij renners die hun sport combineren met een volle werkweek.

Met vier tot zes uur fietsen in de week boek je al uitstekende progressie, mits je structuur in je ritten aanbrengt. Je hoeft dus echt niet elke avond op pad te gaan om een betere conditie te kweken.

Waarom de ideale balans op zes tot acht uur ligt

Voor een hele grote groep fanatieke fietsers ligt de 'sweet spot' op zes tot acht uur trainen. Dit is genoeg tijd voor twee stevige intervaltrainingen doordeweeks en een mooie lange duurrit in het weekend.

Je prikkelt je lichaam hiermee voldoende om sneller te worden, maar je houdt ook ruimte over om tussentijds op te laden. Ga je richting de acht tot tien uur, dan is dat uiterst effectief mits je wekelijkse ritme je de kans geeft om al die geleverde inspanning fysiek te verwerken.

Stress op kantoor is evengoed trainingsbelasting

Dat is precies het punt waar de meesten de mist in gaan. Trainingsbelasting draait om veel meer dan alleen de uren en de geleverde wattages op je racefiets. Je baan kost bakken met energie, een slechte nachtrust hakt erin en de drukte van een gezin eist zijn tol.

Je lichaam maakt geen enkel onderscheid tussen fysieke vermoeidheid door een zware beklimming en mentale vermoeidheid door een naderende deadline op kantoor.

Vooruitgang boeken zonder je agenda op te blazen

Het moment waarop je structureel meer gaat fietsen dan je lijf aankan, is het moment waarop je stagneert of zelfs terugvalt. Probeer je de agenda van een topsporter te volgen met de levensstress van een accountant, dan eindig je onderaan de streep vooral erg vermoeid.

Het doel is niet om zoveel mogelijk te trainen in een week. Het doel is om exact die hoeveelheid te trainen waarvan je optimaal kunt herstellen, zodat je met volle teugen blijft genieten van de fietssport op de momenten dat je wel op het zadel zit.