De ongeschreven regels van de wielersport zijn soms hardnekkig. Eén van die regels luidt: op een racefiets monteer je zo min mogelijk extra's. Alles draait om gewicht en aerodynamica.
Zadeltasjes, spatborden en reflectoren worden door puristen met lichte minachting bekeken. En bovenaan de lijst van 'verboden' objecten staat bij sommige wielrenners nog steeds de fietsbel. "Dat onding verstoort de strakke lijnen van mijn stuur," en "Ik roep wel gewoon heel hard 'PARDON!', dat werkt net zo goed," zijn de veelgehoorde argumenten.
Drukste fietspaden ter wereld
Maar laten we eerlijk zijn: we rijden in Nederland en Vlaanderen, op enkele van de drukste fietspaden ter wereld. En in die realiteit is het weigeren van een fietsbel niet meer een kwestie van stijl, maar van arrogantie.
De tijd dat je als wielrenner ongestoord over het fietspad kon knallen, is voorbij. We delen de ruimte met e-bikes, bakfietsen, onvoorspelbare middelbare scholieren en ouderen. En precies daar slaat de agressieve schreeuw de plank volledig mis.
De psychologie van de nadering
Verplaats jezelf eens in de schoenen (of pedalen) van een recreatieve fietser of een bejaarde e-biker. Je fietst ontspannen langs de vaart, genietend van de natuur. Plotseling hoor je vlak achter je een agressief "HOOO!", "PAS OP!", of een hijgend "Maaaaaag ik er laaaaangs?".
De schrikreactie is onvermijdelijk. Mensen kijken verschrikt om, maken onverwachte slingerbewegingen of raken in paniek en sturen juist naar links in plaats van naar rechts. Je hebt niet alleen een gevaarlijke situatie gecreëerd, je hebt ook het imago van de 'asociale wielrenner' weer netjes bevestigd.
De fietsbel daarentegen, spreekt een universele en veel vriendelijkere taal. Het is het geluid dat iedereen van jongs af aan associeert met: "Let op, er wil iemand passeren." Een helder 'ting' van een afstandje klinkt beleefd, geeft de ander de tijd om in de spiegel te kijken en rustig ruimte te maken. Het haalt de agressie en de schrik uit het passeermoment.
Het argument van gewicht en aerodynamica
Laten we het meest gehoorde tegenargument tackelen: een fietsbel is lelijk, zwaar en verpest de aerodynamica van de fiets.
Ten eerste: gewicht. Een moderne, compacte fietsbel weegt tussen de 15 en 25 gram. Dat is het equivalent van een slokje water uit je bidon. Als je denkt dat die 25 gram je prestaties in de weg staat, overschat je je eigen capaciteiten aanzienlijk.
Ten tweede: aerodynamica en uiterlijk. Gelukkig hebben fabrikanten begrepen dat wielrenners ijdel zijn. Tegenwoordig zijn er fantastische stealth-oplossingen op de markt.
Modellen zoals de Knog Oi of belletjes die naadloos integreren in je GPS-mount of bar-end (Hide my bell), vallen nauwelijks nog op. Je houdt de strakke cockpit van je droomfiets, maar voegt wel de functionaliteit toe die je nodig hebt in het moderne verkeer. Boven alles: je bent geen prof.
Investeer in goodwill
Een fietsbel is niet zomaar een accessoire, het is een investering in veiligheid en goodwill. De fietspaden worden steeds drukker en de ergernis over groepen scheurende wielrenners neemt in snel tempo toe.
Elke keer dat jij netjes en op tijd belt, creëer je niet alleen een veilige inhaalactie, je werkt ook actief mee aan een beter imago voor onze sport. Het is een kleine moeite met een gigantische impact. Dus stop met roepen, berg je ego op en monteer dat belletje. Je medeweggebruikers zullen je dankbaar zijn.