Zelf in het zadel

De illusie van hartslagzone 5: waarom je Garmin of Wahoo je voor de gek houdt

Je komt thuis na een zware rit en ziet dat je volgens de app een uur in hartslagzone 5 hebt gefietst. Voel je je een beest? Waarschijnlijk liegt je dure fietscomputer keihard tegen je.

André van den Ende
2 minuten
Garmin
wielrennen
Fietsen
Wielertraining
Gezichtspunt van een mannelijke wielrenner op de racefiets die naar een extreem hoge hartslag op het scherm van zijn Garmin fietscomputer kijkt.

We kennen het allemaal wel na een flinke inspanning. Je hebt jezelf helemaal leeg gereden op die lokale klim of tijdens een lange waaierrit met je fietsmaten. Eenmaal thuis synchroniseer je de data met Strava of open je de app van je fietscomputer.

Tot je grote verbazing zie je een gigantische piek in de rode grafieken. Je hebt volgens de statistieken maar liefst een uur in je maximale zone gereden. Dat klinkt als een prestatie van wereldformaat.

Helaas moeten we je direct uit die droom helpen. Fysiologisch gezien is het namelijk volstrekt onmogelijk om zo lang in je maximale zone te opereren. Een inspanning in zone 5 is anaëroob en houd je hooguit een paar minuten vol. Daarna lopen je spieren volledig vol met melkzuur en val je simpelweg stil. Hoe komt het dan dat het scherm op je stuur toch echt iets anders beweert?

De achterhaalde formule in de apps

De grootste boosdoener is de achterliggende software zelf. Zodra jij een nieuw account aanmaakt op het platform van je fietscomputer, vraagt het systeem om je leeftijd in te vullen. Vervolgens berekent de app je maximale hartslag met een behoorlijk onnauwkeurig rekensommetje. Ze pakken het getal 220 en trekken daar simpelweg je leeftijd vanaf.

Hoewel deze berekening ooit is bedacht als een medische richtlijn voor de gemiddelde bevolking, slaat het voor getrainde sporters vaak de plank volledig mis.

Jouw werkelijke maximale hartslag kan zomaar twintig slagen hoger of lager liggen dan wat het systeem voor jou heeft verzonnen. Daardoor verschuiven al je zones direct mee. Je fietst volgens de data dan constant in het rood, terwijl je in werkelijkheid misschien net de drempel van zone 4 aantikt.

Storingen in de meting van je borstband

Nu denk je misschien dat het aanschaffen van een dure borstband alle problemen oplost. Een borstband meet de elektrische signalen van je hart en is inderdaad een heel stuk nauwkeuriger dan de optische polsmeting van een sporthorloge. Toch is ook deze methode niet heilig en kan het zorgen voor compleet vervuilde data na je rit.

Een wapperend fietsshirt kan in combinatie met droge wind statische elektriciteit opwekken. Je borstband registreert die tikken soms onterecht als hartslagen.

Hierdoor schiet je hartslag op je scherm ineens naar de tweehonderd slagen per minuut, terwijl je rustig in het wiel van je voorganger zit. Ook een bijna lege batterij of te droge sensoren aan het begin van je rit veroorzaken vaak onverklaarbare pieken in je statistieken.

Zo train je wel met de juiste hartslagdata

Om echt iets te hebben aan de hartslagzones op je Garmin of Wahoo moet je zelf aan de slag. De enige manier om betrouwbare waarden te krijgen is door een gerichte inspanningstest te doen. Daarmee bepaal je jouw omslagpunt en je echte maximale hartslag in de praktijk.

Zodra je die cijfers hebt gevonden duik je in de instellingen van je app. Verwijder de standaardwaarden en vul handmatig je eigen getallen in. Pas dan weet je zeker dat jouw zones kloppen en kun je daadwerkelijk gericht trainen. En als je na die aanpassing nog steeds een uur lang in zone 5 rijdt, raden we je aan om per direct een profcontract te tekenen.