Voor Tom Dumoulin voelt de Giro d'Italia nog altijd als ‘zijn’ koers. Langs het parcours in Potenza kijkt hij tegenwoordig als tv-analist toe, maar de herinneringen aan 2017 zitten nog vers in zijn hoofd. “De Trofeo Senza Fine staat thuis in de woonkamer”, vertelde Dumoulin tegen Gazzetta dello Sport. “Die wordt goed bewaakt.”
Vooral het moment in Milaan staat nog op zijn netvlies gebrand. “Het feest met mijn ploeggenoten op het Piazza Duomo, samen met mijn familie erbij, dat blijft het mooiste moment.” Ook sportief denkt hij met veel gevoel terug aan zijn Giro-zege. “De etappe naar Oropa was speciaal. Ik won daar in het roze. Ik wist dat Pantani daar ook had gewonnen. Dat ik dicht bij zijn klimtijd zat, maakte me trots.”
Tom Dumoulin voelde zich steeds minder mens
Toch draaide het interview uiteindelijk nauwelijks om zijn overwinning. Dumoulin sprak vooral over de mentale prijs van het moderne wielrennen. De Nederlander vertelde dat hij zich jarenlang gevangen voelde in een leven dat volledig draaide om presteren.
“Iedereen had een idee over wat ik moest doen”, zei hij. “Sponsors, ploegleiders, fans, iedereen. Maar niemand vroeg: ‘Tom, hoe gaat het eigenlijk met je?’” Volgens Dumoulin begon die constante druk hem langzaam op te vreten. “Het werd vermoeiend. Ik begon me depressief te voelen.”
Daar bleef het niet bij. “Ik begon het wielrennen te haten. Ik begon zelfs de fiets te haten.” Het zijn opvallend harde woorden van een renner die jarenlang gold als het toonbeeld van controle en professionaliteit.
Het leven draaide alleen nog om wattages en schema’s
Dumoulin beschreef zijn laatste jaren als prof als een eindeloze routine. Elke dag stond volledig in het teken van beter worden, herstellen en opnieuw presteren. Ruimte voor ontspanning of spontaniteit was er nauwelijks. "Jarenlang was mijn leven alleen maar wielrennen”, vertelde hij. “Ik zat in een vicieuze cirkel.”
Zelfs na zijn afscheid in 2022 bleef die mentale knop nog lang hangen. “De dag na mijn pensioen vroeg ik mezelf nog steeds af: wat moet ik vandaag eten? Welke training moet ik doen? Ik kon daar niet zomaar uitstappen.” Dat herkenbare gevoel zie je vaker terug bij topsporters. Het schema bepaalt jarenlang letterlijk ieder uur van de dag. Zodra dat wegvalt, ontstaat ineens stilte. Voor sommige sporters voelt dat bevrijdend, voor anderen juist beangstigend.
Vrijheid gaf Dumoulin opnieuw plezier
Bij Dumoulin sloeg die stilte uiteindelijk om in rust. “Toen ik stopte, voelde ik me bevrijd”, zei hij eerlijk. Inmiddels heeft hij opnieuw plezier gevonden in bewegen, zonder de constante prestatiedruk. “Ik fiets weer voor mijn plezier en voor mijn conditie.” Daarnaast ontdekte hij een nieuwe passie. “Ik ben marathons gaan lopen.”
Vanaf volgend jaar wordt Dumoulin bovendien koersdirecteur van de Amstel Gold Race. Een rol die hij als actieve renner waarschijnlijk nooit had overwogen. “Ik doe nu allemaal dingen die ik vroeger nooit zou hebben gedaan”, vertelde hij. “Nu mag ik eindelijk zelf bepalen wat ik wil doen.”
Vingegaard volgens Dumoulin nog altijd de sterkste
Natuurlijk ging het gesprek ook nog even over de actuele koers. Over Giro d'Italia 2026 was Dumoulin duidelijk: Jonas Vingegaard blijft voor hem de topfavoriet. “Hij heeft twee Tours gewonnen tegen Pogacar”, zei Dumoulin. “Als hij geen problemen krijgt, wint hij deze Giro ook.”
Wel was hij positief over jonge namen als Giulio Pellizzari. “Ik hoop echt voor Italië dat hij kan verrassen. Je voelt hoeveel vertrouwen de Italianen in hem hebben.” Maar uiteindelijk kwam Dumoulin toch weer terug bij het grotere plaatje. Wielrennen blijft volgens hem prachtig, maar ook hard. “De sport kan echt wreed zijn”, zei hij. “Zeker met al die valpartijen. Soms kun je gewoon niets doen.”