Het klinkt misschien onlogisch voor de gemiddelde amateur die gewend is om overal vol in te vliegen. We zijn geprogrammeerd met het idee dat afzien de enige manier is om sneller te fietsen.
Zodra we een Alpencol of zelfs maar een stevige heuvel in de Ardennen zien, verkrampt ons lichaam. De handen knijpen het stuurlint zowat fijn, de schouders trekken richting de oren en we proberen op pure kracht naar boven te rammen. Maar de berg wint dat gevecht echt altijd. Als je echt beter wil klimmen, begint dat met acceptatie.
Souplesse spaart je spieren voor de laatste kilometers
De renners die als eersten boven komen, zijn zelden degenen die het zwaarste verzet ronddraaien. Veel wielrenners maken de fout om uit een soort misplaatste trots te lang op het grote blad of een te zware versnelling te blijven rijden. Dit put je beenspieren in een mum van tijd volledig uit.
Schakel daarom ruim op tijd terug naar een lichter verzet en zoek bewust naar een vloeiende tred. Door je benen sneller te laten draaien, verplaats je de belasting deels van je spieren naar je cardiovasculaire systeem. Je hartslag zal uiteraard stijgen, maar je benen lopen een stuk minder snel vol met melkzuur. Zo houd je de inspanning over een flinke afstand veel beter vol.
Laat je ego los en zoek een constant klimritme
Een van de belangrijkste aspecten van soepel naar boven rijden is het vinden van een constante hartslag en cadans. Ga niet direct mee in de versnelling van je fanatieke fietsmaten als dat betekent dat je ver over je eigen grens moet gaan. Kies je eigen tempo en nestel je langzaam in die inspanning.
Focus daarnaast op een rustige en diepe buikademhaling. Hoe meer zuurstof je opneemt, hoe efficiënter je benen hun werk kunnen doen. Laat je bovenlichaam zoveel mogelijk ontspannen. Je armen en schouders hoeven de beklimming niet te bedwingen, dat doen de spieren in je onderlichaam wel voor je.
Minder staren naar wattages en meer genieten van het uitzicht
We hebben vaak de hardnekkige neiging om tijdens een zware klim urenlang naar ons voorwiel of de knipperende cijfertjes op het stuur te staren. Je ziet alleen de hartslag die steeds verder oploopt en de lijdensweg richting de top lijkt daardoor eindeloos. Probeer je blik daarom eens te verruimen zodra het zwaar wordt.
Kijk naar de indrukwekkende haarspeldbochten boven je, de besneeuwde toppen in de verte of de uitgestrekte bossen om je heen. Door je te focussen op de adembenemende omgeving, leid je de hersenen succesvol af van de vermoeidheid. Het maakt de complete rit mentaal aanzienlijk lichter.
De voldoening van een beklimming zit in de weg naar boven
Uiteindelijk zitten de meesten van ons op de racefiets voor het plezier. We worden niet maandelijks betaald om als allereerste de top van de Mont Ventoux aan te tikken. De voldoening zit hem juist in de lange weg ernaartoe en de ontspannen harmonie tussen jou en je fiets.
Stop met het gevecht en laat de beklimming over je heen komen. Draai de benen rustig rond, adem diep in en realiseer je dat afzien op een berg best heel mooi kan zijn. Met deze andere mindset en een lichter verzet merk je vanzelf dat je de volgende col een stuk beter verteert.
Ennehh, we snappen heus dat dit voor een klim als de Mortirolo of een ander steil geitenpad niet op kan gaan. Daar is het puur overleven en hopen dat je stoempend boven komt voor de meeste fietsers.