Zelf in het zadel

‘Mijn rem loopt aan’ en 4 andere herkenbare smoesjes van wielrenners met slechte benen

Het overkomt de beste renners dat ze simpelweg de kracht missen om het wiel van hun voorganger te houden. In plaats van toe te geven dat de conditie tekortschiet, grijpen we massaal naar de meest creatieve smoesjes van wielrenners.

André van den Ende
2 minuten
wielrennen
Fietsen
Herkenbare dingen voor wielrenners
groepsrit
Een gefrustreerde Nederlandse wielrenner zonder helm staat langs een polderweggetje en inspecteert wanhopig de schijfrem van zijn achterwiel als excuus voor slechte benen.

Je kent het moment waarop de ademhaling te hoog zit en de benen volstromen met melkzuur. De afstand tot de fietser voor je wordt onverbiddelijk groter. Op dat kwetsbare moment kijk je bijna instinctief naar beneden richting de aandrijflijn. Het is voor het ego veel makkelijker om een versleten ketting de schuld te geven dan te erkennen dat de wintermaanden net iets te bourgondisch waren.

1. De aanlopende schijfrem als favoriete smoes van wielrenners

Tijdens het wanhopig wegtrappen van de opgelopen achterstand, spits je je oren om maar iets van een onheilspellend geluid op te vangen. Een licht tikkend geluidje uit de trapas voelt plotseling als een enorme opluchting.

Nog beter is het geluid van een minimaal aanlopende remschijf. Zodra de rest van de groep uiteindelijk wacht bij de volgende kruising, vertel je direct dat je al kilometerslang met geblokkeerde remmen fietst. Dit is met afstand een van de meest gebruikte smoesjes van wielrenners om een gebrek aan vorm te verbloemen.

2. De mythe van de verkeerde bandenspanning

Als er mechanisch écht niets mis lijkt te zijn met de racefiets, schakel je soepel over op een ander plan. De bandenspanning is steevast een dankbaar doelwit voor wie gelost wordt. Je knijpt met een getergd gezicht in je achterband en concludeert theatraal dat je met veel te weinig bar rondrijdt.

Dat voelt volgens jou als fietsen door dikke stroop en maakt het fysiek onmogelijk om de rest bij te houden. Het feit dat je diezelfde banden vanochtend nog zorgvuldig hebt opgepompt, verzwijg je voor het gemak.

3. Een haperende achterderailleur die niet wil schakelen

Wanneer de groep aanzet op een klimmetje en jij direct vier fietslengtes moet toegeven, is daar altijd nog het schakelapparaat. Je begint wild tegen je hendels te duwen terwijl je al op je kleinste verzet rijdt.

Tegen je fietsvrienden roep je later dat je ketting constant oversloeg of dat je hem simpelweg niet groter kreeg. Dat je hartslag op dat moment al tegen de tweehonderd aan zat, heeft er natuurlijk niets mee te maken.

4. De mysterieuze kraak in de trapas

Een goede kraak in de fiets is goud waard voor wie uit vorm is. Je begint extra hard aan je stuur te trekken om het geluid te forceren. Zodra er iets van een knarsje hoorbaar is, houd je je benen stil en kijk je met een verontruste blik naar je frame.

In de groepsapp later die dag benoemt de negativo van de groep direct dat je hele trapas waarschijnlijk aan gort is. De positivo roept natuurlijk dat je gewoon een drupje olie nodig hebt, maar voor jou is het bewijs geleverd: de techniek faalde, jij niet.

5. De wind, altijd de wind

Als alle technische redenen op zijn, is er altijd nog de natuur. Je beklaagt je over de wind die voor jou gevoelsmatig de hele dag van voren komt, en dat je gewoon niet zo goed bent in uit de wind rijden achter iemand.

Solo ook goed te gebruiken als je gemiddelde wat tegenvalt op Strava. Dan zet je erbij: 'Wind gedraaid tijdens de rit, heb ik weer!'