Het is de meest gemaakte montagefout door fietsers die voor het eerst zelf hun stuur afstellen of stuurlint vervangen. Ze letten keurig op de hoek van het stuur zelf, maar de positie van de 'shifters' (de rem- en schakelhendels) wordt op het blote oog bepaald. In een poging om de fiets er zo 'agressief' en aerodynamisch mogelijk uit te laten zien, worden de shifters vaak ver vooruitgeschoven, waardoor ze naar beneden wijzen.
Dit lijkt misschien onschuldig en snel, maar biomechanisch gezien creëer je hiermee een martelwerktuig voor je eigen armen. Wanneer je shifters te ver naar beneden gekanteld staan, verdwijnt namelijk de belangrijkste steunfunctie van de fiets.
De glijbaan-illusie van het stuur
Wielrenners brengen – tenzij ze klimmen of sprinten – ongeveer 80% van hun tijd door met de handen rustend op de 'hoods' (de rubberen bovenkant van de remgrepen). De hoods zijn ontworpen als een klein platform waar de muis van je hand op kan leunen.
Wanneer deze hoods te ver naar beneden wijzen, fungeert dit platform plotseling als een glijbaan. Je handen willen door de zwaartekracht en de trillingen van het wegdek constant naar voren en naar beneden glijden. Om te voorkomen dat je handen letterlijk van je stuur af schieten, moet je ze krampachtig vastknijpen rond de remgrepen. Je spant onbewust elke spier in je onderarmen en polsen aan om niet weg te glijden.
Het knik-effect in je polsen
Maar de echte pijn ontstaat in de gewrichten. Om bij een omlaag wijzende shifter toch nog bij de remhendels te kunnen, ben je genoodzaakt je polsen in een onnatuurlijke, scherpe knik naar beneden te dwingen.
Wanneer je urenlang fietst met geknikte polsen, gebeurt er iets desastreus met je zenuwstelsel. De zenuwen die door je pols richting je vingers lopen (met name in de carpale tunnel) worden hevig afgekneld.
Het bloed stroomt moeilijker door en het resultaat laat niet lang op zich wachten: tintelende vingers, een doof gevoel in de muis van je hand en uiteindelijk stekende pijn. Koppel die geknikte pols aan de krampachtige greep omdat je anders wegglijdt, en je snapt waarom veel fietsers klagen over pijnlijke handen.
Zo vind je de juiste hoek (en creëer je een 'flat transition')
Hoe stel je ze dan wél goed af? De oplossing is simpel en vereist alleen een inbussleutel. De gouden regel in moderne fietsergonomie is de zogenaamde 'flat transition' (vlakke overgang).
Dit betekent dat de rubberen bovenkant van de shifter een perfect horizontale, vlakke lijn moet vormen met de bovenkant van je stuur. Je handen moeten als het ware naadloos van het stuur overvloeien op de remgrepen. De hoods mogen zelfs een fractie (één of twee graden) omhóóg wijzen.
Wanneer je shifters horizontaal of héél licht omhoog staan, fungeert het opstaande puntje aan de voorkant van de shifter als een natuurlijke rem. Je handen kunnen rusten op het platform, en het randje voorkomt dat ze naar voren glijden zonder dat je hoeft te knijpen.
Je polsen blijven kaarsrecht in het verlengde van je onderarmen staan. Zenuwen krijgen alle ruimte, het dode gevoel in je vingers verdwijnt, en je schouders kunnen eindelijk ontspannen. Zet dat 'snelle' uiterlijk dus even opzij en kantel je shifters omhoog voor urenlang pijnvrij fietsplezier.