Leon Janssen
Columns

Asfalt-safari: waarom ik door twee oudere dames op een bankje nooit meer terugwil naar de Cauberg

Een mythische klim, een perfecte afdaling en een moraal die aan flarden werd gereten door een stilzwijgen op het steilste stuk. Dit is het verhaal van de ontmaskering van de bekendste heuvel van Nederland.

Leon Janssen
2 minuten
Een wielrenner van achteren gezien op een kruispunt, met een keuze tussen een stedelijke en een landelijke route. Asfalt-safari
Fietsen
Column Leon Janssen

Wij wielrenners maken van alles mee onderweg: van verrassende bezienswaardigheden tot hachelijke verkeerssituaties en bijzondere ontmoetingen. In de rubriek ‘Asfalt-safari’ nemen we je mee in de avonturen van onze redactieleden, met deze week een mythische klim die door de mand valt door twee dames op een bankje.

Een droom die uiteenspat bij het opdraaien

Het was zomaar een ochtend tijdens het Hemelvaartweekend. Een beetje fris, maar tussen de buien door perfect voor een heuvelachtig avontuur in Zuid-Limburg. Mijn eerste kennismaking met het beklimmen van de Limburgse heuvels was een feit. Na een rondje met de Sibbergrubbe, Geulhemmerberg en Bemelerberg voelde ik de adrenaline door mijn lijf gieren. De afdaling over de Daalhemmerweg richting Valkenburg was de perfecte opmaat naar het orgelpunt: de Cauberg.

De afzink was pure euforie. Ik suisde naar beneden, het geroezemoes van het drukke toeristenplaatsje tegemoet, met de wetenschap dat ik zometeen dé klim van Nederland ging bedwingen. De romantiek was tastbaar. Maar helaas, de romantiek verdween al bij de bekende bocht naar links om de Cauberg op te draaien.

Een chaotisch tafereel met automobilisten die geen idee hebben wie er voorrang heeft, zorgde ervoor dat ik zonder enige vaart aan de helling begon. Afijn, door. Het begin van de klim is nog prachtig, maar toen ik mijn blik op het steilste gedeelte richtte, was de pret ver te zoeken. Ik keek naar zomaar een drukke autoweg met aan weerszijden een smal, fietspad. Maar dan met stijgingspercentages van boven de tien procent.

Het stilzwijgen dat de Cauberg-mythe doorprikte

Alsof de desillusie nog niet compleet was, doemde er een bankje op halverwege de klim. Twee oudere dames zaten er, en even dacht ik dat ze bij de ‘Sculpturen van Alledaagse Mensen’ hoorden, een tentoonstelling die dat weekend verspreid door Valkenburg stond opgesteld. Maar ze waren echt. Ik hoorde ze praten. Dat stopte echter toen ik naderde, precies op het steilste stuk. Ik voelde aan alles dat ze me aankeken. De dames zagen hier denk ik vaker fietsers, maar zelden iemand met zoveel moeite. Een nieuwe dreun in mijn relatie met de Cauberg.

Achteraf gezien konden ze net zo goed toevallig stil zijn omdat hun gesprek simpelweg stilgevallen was. Of omdat één van de twee aan het nadenken was. Of omdat ik ze daarvoor helemaal niet hoorde praten, maar dat ik anderen hoorde praten. Of misschien waren het tóch twee sculpturen. Afijn, ik dacht alleen maar dat ze stil waren omdat ze iemand zó traag omhoog zagen fietsen, dat ze daar even hun gesprek voor pauzeerden. Ik was op dat moment al zo teleurgesteld over het beklimmen van de Cauberg, dat ik alleen maar die conclusie kon trekken.

Een ervaring die het herhalen niet waard is

De romantiek die ik in de afzink naar Valkenburg ervoer, was op de top volledig verdampt. De dag erna zou ik de Loorberg, Camerig, Gulperberg, Kruisberg, Eyserbosweg en Keutenberg beklimmen. Stuk voor stuk veel mooier. Het plan was om dat rondje af te sluiten op de Cauberg, omdat dat zo hoort, maar die drang voelde ik helemaal niet meer. De mythe was doorgeprikt. Het is inderdaad de bekendste, maar wat mij betreft meteen ook een van de lelijkste beklimmingen van Nederland. Hoe kan zo'n klim zo beroemd zijn geworden? Ik wil in ieder geval niet meer terug.