Achtergrond

Giro-organisator RCS betaalt nu miljoenen startgeld, maar in 1924 kreeg je 600 kippen en 4800 bananen

Tegenwoordig eisen de grote wielersterren astronomische bedragen om überhaupt aan de start van de Italiaanse grote ronde te verschijnen. Honderd jaar geleden loste de directie datzelfde probleem echter op met een absurde hoeveelheid pluimvee en fruit.

André van den Ende
2 minuten
wielrennen
Mannelijke wielrenner uit 1924 staat naast zijn fiets met een kip en een banaan als startgeld.

We kijken er tegenwoordig niet meer van op dat een grote ronde om serieus geld draait. Wil de organisatie een absolute topper als Tadej Pogacar of Jonas Vingegaard naar Italië halen, dan moeten daar forse contracten tegenover staan.

Zonder flinke sommen geld komen de grote ploegen simpelweg hun teambus niet uit. Dat zakelijke spelletje klinkt heel modern, maar de basis voor deze wielereconomie is al ruim een eeuw oud.

Fabrieksploegen staken voor hogere startpremies in Italië

In 1924 liep het namelijk totaal mis tussen de organisatie en de grote commerciële teams. De ploegen eisten torenhoge vergoedingen om in Milaan aan het vertrek te staan.

👉Emilio Colombo, destijds de directeur van de koers, piekerde er niet over om dat te betalen. Hij besloot de wedstrijd slim open te stellen voor individuele eenlingen om de boel te redden.

Overleven op een berg fruit en 600 stuks pluimvee

Om die eenzame strijders te verleiden tot een helletocht van ruim 3600 kilometer, moest de krantendirecteur met een passend alternatief voor harde valuta komen. Hij stelde een bizar overlevingspakket samen voor de renners. Historische archieven spreken over een gulle belofte van precies 600 kippen, 4800 bananen en meer dan 700 eieren.

Daarnaast kregen de renners ook nog eens ruim 700 kilo vlees mee. Het was letterlijk ruilhandel voor dagenlang afzien in de modder. De negentig eenlingen moesten het verder helemaal zelf uitzoeken op de onverharde wegen. Ze hadden geen luxe ploegleiderswagen achter zich rijden en geen verzorgers die bidons aangaven. Die immense berg eten was hun enige brandstof om de loodzware etappes te volbrengen.

De commerciële meesterzet van wielrenster Alfonsina Strada

Tussen al die hongerige mannen stond ineens een unieke verschijning aan de start. Alfonsina Strada had zich listig ingeschreven door de laatste letter van haar voornaam weg te laten. Pas vlak voor het vertrek ontdekte de directie dat ze een vrouw hadden toegelaten tot hun mannenkoers. Ze mocht vertrekken en bleek al snel de grote smaakmaker, want ze had het commerciële spelletje veel beter door dan de mopperende mannen.

Toen ze na een zware valpartij buiten de tijdslimiet binnenkwam, haalde de jury haar meedogenloos uit het klassement. Ze had de bergen overleefd door haar stuur te repareren met een afgebroken bezemsteel van een lokale boer. Toch zag Colombo dat het publiek massaal uitliep om haar te zien ploeteren. Hij liet haar daarom op zijn eigen kosten doorrijden naar de finish in Milaan.

Gigantische inkomsten dankzij uitzinnige wielerfans langs de route

Door haar status als publiekslieveling speelde ze zichzelf geweldig in de kijker bij de toeschouwers. De fans langs de route overlaadden haar met aanmoedigingen en gulle donaties. Toen ze na de absurde tocht uiteindelijk de eindstreep haalde, had ze zo'n 50.000 lire bij elkaar gefietst (toen een heel aardig bedrag).

Daarmee streek deze pionier een bedrag op dat aanzienlijk hoger lag dan de officiële winstpremie van eindwinnaar Giuseppe Enrici. De mannen in het peloton konden die vernedering absoluut niet verkroppen en dreigden met een boycot voor het volgende jaar.

Zo zie je maar dat de wielersport altijd al om aanzien en geld heeft gedraaid. Vandaag de dag deelt de directie miljoenen uit om het spektakel te garanderen, terwijl in 1924 een vrouw op een kapotte fiets en een flinke berg kippen exact hetzelfde wist te bereiken.