Drie ritzeges boekte Jonas Vingegaard al in de huidige Giro d'Italia, en elke keer deed hij dat na een versnelling vanuit het zadel. Het is een patroon dat in het voorjaar tijdens Parijs-Nice en de Ronde van Catalonië ook al zichtbaar was, en inmiddels de nodige speculaties losmaakt in de wielerwereld. Dat terwijl hij voorheen altijd staand demarreerde. Dat roept vragen op.
Geen imitatie van Pogacar, maar een hardnekkig pijndossier
De zittende demarrage is het handelsmerk van zijn grote uitdager in juli, Tadej Pogacar. Het vermoeden rees dat Visma | Lease a Bike een technische innovatie had doorgevoerd of dat Vingegaard de kunst van het effectieve klimmen keihard had afgekeken bij de Sloveen.
Toch blijkt de vork totaal anders in de steel te zitten. Tijdens de persconferentie op de tweede rustdag van de Giro gaf de 29-jarige Deen tekst en uitleg. Geen aerodynamische doorbraak en ook geen kopie van Pogacar lagen ten grondslag aan de zittende demarrage. De werkelijke reden is een stuk banaler en voor menig recreatieve fietser pijnlijk herkenbaar: rauwe zadelpijn.
Het probleem dat menig amateur op zondagmiddag tot wanhoop drijft, dwong een van de beste klimmers ter wereld tot een radicale verandering op zijn fiets. "We hebben mijn positie vorig jaar een beetje veranderd. Ik had soms wat problemen met zadelpijn, dus hebben we geprobeerd mijn positie iets aan te passen om me meer steun vanuit het zadel te geven", aldus de drager van de roze trui.
Dominantie in Italië zonder effect van eerdere kwalen
Naast de zitproblemen uit het verleden, kreeg de Deen deze Giro ook te maken met een flinke verkoudheid. Maar daar had hij in de loop van de tweede week geen last meer van. "Ik heb niet meer het gevoel gehad dat het me nog parten speelde. Ik denk dat ik twee dagen (in de bergrit naar Pila, red.) geleden ook heb laten zien dat het eigenlijk geen effect meer op me heeft."
Vingegaard staat bij het ingaan van de derde week ruimschoots aan de leiding in de Giro. Zijn voorsprong op de nummer twee Afonso Eulálio bedraagt 2:26. Met zijn dominantie bergop, inclusief zittende demarrage, en de concurrentie die lijkt op te geven, is de Deen hard op weg om voor de allereerste keer de Ronde van Italië op zijn naam te schrijven.