Zelf in het zadel

Voor iedereen die aan het einde van een rit nog keihard door de wijk sjeest: dít is de herkenbare waarheid over je gemiddelde snelheid

Je prachtige tocht van ruim 100 kilometer zit er bijna op. In plaats van tevreden uit te rollen zet je plotseling nog een keer vol aan in je eigen wijk.

André van den Ende
2 minuten
wielrennen
Fietsen
Een fanatieke wielrenner met helm op trekt met gevaarlijk hoge snelheid een eindsprint door een smalle Nederlandse woonwijk, gadegeslagen door geschokte voetgangers op de stoep.

Het is een van de best bewaarde geheimen onder amateurwielrenners. We beweren allemaal dat we puur voor ons plezier fietsen en om te genieten van de buitenlucht.

Toch verandert tachtig procent van de wielrenners in een bloedfanatieke rekenmachine zodra de fietscomputer wordt ingeschakeld. Ons gedrag op de weg wordt volledig gedicteerd door de constante drang om een specifiek gemiddelde te halen. Zelfs de meest ontspannen duurrit ontspoort in de slotfase volledig door de meedogenloze cijfers op het kleine display.

De magische en allesbepalende grens van dertig kilometer

Iedere fietser heeft een persoonlijk streefgetal in zijn hoofd, maar in de meeste vriendengroepen ligt de absolute grens voor een fatsoenlijke rit op exact dertig kilometer per uur. Het maakt niet uit of er een stormachtige wind stond of dat het veel draaien en keren was.

Een gemiddelde van net onder de dertig voelt als een catastrofaal falen van je missie, terwijl een score net daarboven wordt gevierd als een heroïsche overwinning. Deze flinterdunne marge zorgt wekelijks voor fascinerende taferelen in het verkeer.

De absolute paniek bij een naderend rood stoplicht

Zodra de groep een kruispunt nadert, slaat de lichte paniek onmiddellijk toe bij iedereen in de waaier. Remmen betekent immers dat de snelheid terugloopt, wat direct zichtbaar is op het scherm.

Wielrenners ontwikkelen plotseling wonderbaarlijke balancerende vaardigheden en weigeren tot het allerlaatste moment uit de pedalen te klikken. Ondertussen bidden ze wanhopig dat de automatische pauzefunctie van de Garmin of Wahoo rap genoeg inschakelt. Als de teller toch een paar seconden genadeloos doorloopt, volgt er altijd een hoorbare vloek.

Het theatraal uitvallen tegen de routemaker

Niets is zo frustrerend voor de strakke cijfers als een route die dwars door een druk dorpscentrum of een wirwar van polderweggetjes leidt. Zodra de kasseien en drempels in zicht komen, moet de hele groep flink in de remmen knijpen.

De persoon die thuis de route in elkaar heeft geknutseld, krijgt op dat moment steevast de volle laag van zijn vrienden. Hij wordt er luidkeels van beschuldigd dat hij de statistieken van de hele fietsgroep moedwillig de nek omdraait met zijn onnodige toeristische omwegen.

Een levensgevaarlijk slotstuk door de eigen woonwijk

Het absolute dieptepunt van deze obsessie vindt plaats in de laatste paar kilometers door de stad of het eigen dorp. Je ziet dat de teller wankelt op het magische getal en je beseft dat afremmen voor een zebrapad absoluut fataal is.

In plaats van rustig uit te bollen na een lange inspanning, sjees je als een bezetene door de smalle straten. Je snijdt blinde bochten levensgevaarlijk aan en knalt met een absurd tempo langs spelende kinderen en remmende auto's. Alles moet wijken om te voorkomen dat de fietscomputer terugspringt.

Pas als je met piepende remmen op je eigen oprit staat en direct vol overgave op de stopknop ramt, mag de hartslag eindelijk omlaag. Geef maar toe, jij hebt dit ooit ook zo - misschien wat minder extreem - gedaan, toch?