Sinds de introductie van schijfremmen op de racefiets en gravelbike is de oude, vertrouwde snelspanner (het dunne pinnetje) grotendeels vervangen door de steekas (de 'thru-axle').
Het is een dikke, robuuste metalen as die je door het frame en de naaf van je wiel steekt en vervolgens vastschroeft. Het systeem is ontworpen voor maximale stijfheid en veiligheid. Maar ondanks dat het 'foolproof' lijkt, is het monteren van de wielen een van de meest gemaakte fouten voor vertrek.
Veel fietsers behandelen de steekas namelijk nog steeds als een oude snelspanner, of ze draaien hem puur op brute spierkracht vast, met als enige doel: het hendeltje in een mooie, aerodynamische hoek zetten. Deze ijdelheid, of simpele onwetendheid over hoe het systeem werkt, kan leiden tot krakende lagers, zwabberend stuurgedrag en in het ergste geval een wiel dat loskomt in een afdaling.
De 'Vast-is-Vast' mythe
De grootste fout die we maken met een steekas is het te strak aandraaien. In tegenstelling tot een klassieke snelspanner, die je dichtklapt met een hefboommechanisme, is een steekas in wezen gewoon een hele grote schroefdraad.
Wanneer je de as in het frame draait met je volle gewicht, totdat je armen trillen (vaak omdat je wilt dat het hendeltje aan het einde precies parallel aan je voorvork staat voor de 'looks'), creëer je een immense, zijwaartse druk op de voorvork en je wielnaven.
Deze brute druk perst de vorkpoten naar elkaar toe. Het resultaat? Je plet de gevoelige kogellagers in de naaf van je peperdure carbon wielen. Het wiel kan niet meer vrij draaien, je verliest Watts en je lagers zijn na een paar ritten volledig versleten en korrelig.
Het gevaar van de 'Aerodynamische' hoek
Dan is er de beruchte hoek van het hendeltje. Veel steekassen hebben een ingebouwd hendeltje om ze aan te draaien (soms kun je dit hendeltje uittrekken en verzetten nadat de as vastzit). Fietsers willen steevast dat dit hendeltje mooi naar achteren, parallel aan de voorvork of de achtervork, wijst, "voor de aerodynamica" of gewoon omdat het strak staat.
Maar hier schuilt een levensgevaarlijke valkuil. Als je de as niet strak genoeg aandraait, puur en alleen omdat het hendeltje toevallig al mooi in die aerodynamische lijn staat als hij eigenlijk nog te los zit, is de as onvoldoende geborgd.
De trillingen van het wegdek en de remkracht van de schijfremmen kunnen de as tijdens de rit verder lostrillen. Een steekas die loskomt tijdens een afdaling of een sprint is een absoluut horrorscenario.
Aan de andere kant: als je hem wel strak genoeg aandraait, maar de hendel wijst onhandig recht naar beneden of naar voren, laten veel mensen het zo staan. Een hendel die naar voren wijst, is echter een perfecte 'haak'. Als je in het bos fietst en een tak of struik haakt achter de hendel, trekt de natuurkunde hem genadeloos open.
Zo zet je hem wél perfect vast
Ten eerste: vergeet brute spierkracht. Een steekas hoeft maar met een bescheiden hoeveelheid kracht (meestal zo'n 10 tot 15 Newtonmeter) vastgezet te worden. 'Handvast' is ruim voldoende. Zodra je voelt dat hij solide aanligt en niet meer makkelijk verder draait, ben je klaar. Ga er niet met je volle gewicht op hangen.
Ten tweede: de positie van het hendeltje (als jouw as zo'n systeem heeft). Zorg er altijd voor dat het hendeltje, als hij vastzit, naar boven (langs de voorvork) of naar achteren wijst. Nóóit naar beneden en nóóit naar voren.
Heeft jouw as een uittrekbaar hendeltje dat je kunt roteren na het vastzetten? Trek hem dan uit en zet hem in de veilige, achterwaartse positie. Heeft jouw as dat niet, en staat hij vastgedraaid gevaarlijk naar voren? Accepteer het, of koop voor een paar tientjes een as die je wél kunt verstellen, of eentje zonder hendel die je met een inbussleutel vastdraait. Veiligheid gaat altijd boven die perfecte Instagram-look.